Afwisselend schrijven: zo voorkom je dat je steeds hetzelfde woord gebruikt
Je leest je tekst terug en ziet het meteen: drie keer 'belangrijk' in één alinea. Herhaling maakt een tekst saai en soms ook onduidelijk. Gelukkig is het meestal snel op te lossen. Hieronder staan zeven manieren die echt werken.
1. Zoek eerst uit wélk woord terugkomt
Herhaling zie je vaak pas als je je tekst hardop leest. Doe dat eens bij een stuk dat je belangrijk vindt. Woorden die je oor als 'weer die' herkent, zijn de woorden die je moet aanpakken. Meestal zijn het er maar een paar: belangrijk, goed, veel, zeggen of een vakterm die nu eenmaal steeds terugkomt.
Een handig trucje in Word of Google Docs: gebruik de zoekfunctie (Ctrl+F) en typ het woord in. Je ziet dan in één keer hoe vaak het voorkomt en waar.
2. Kies een synoniem dat iets toevoegt
De eerste reflex is om een synoniem op te zoeken. Dat werkt, maar alleen als het synoniem precies past. Een synoniem betekent bijna nooit exact hetzelfde. 'Beweren' is niet hetzelfde als 'zeggen': wie iets beweert, wordt een beetje minder geloofd. 'Cruciaal' is sterker dan 'belangrijk'.
Kies daarom een synoniem dat de betekenis scherper maakt. Vraag jezelf af: wat bedoel ik hier eigenlijk? Als je 'belangrijk' schrijft, bedoel je dan dat het onmisbaar is, dat het de doorslag geeft, of dat het er gewoon mee te maken heeft? Elk antwoord levert een ander, beter woord op: onmisbaar, doorslaggevend, relevant.
3. Gebruik een verwijswoord
Je hoeft een woord niet altijd te vervangen. Soms kun je het gewoon weglaten en ernaar verwijzen. In plaats van 'De gemeente wil het plein opknappen. De gemeente wil daarvoor ook de bewoners spreken' schrijf je: 'De gemeente wil het plein opknappen en wil daarover ook met bewoners praten.' Of: '...Zij wil daarvoor ook...'
Verwijswoorden als die, dat, dit, deze, hij, zij, het en daar zijn de stille krachten van een goede tekst. Let wel op dat altijd duidelijk is waarnaar je verwijst. 'Hij' na twee mannelijke namen is verwarrend.
4. Varieer met een omschrijving
Een stad, persoon of organisatie kun je ook omschrijven. Schrijf je over Amsterdam, dan kan dat ook 'de hoofdstad' zijn. Over een burgemeester: 'de burgervader'. Over een bedrijf: 'de fabrikant', 'het familiebedrijf' of 'de werkgever van 300 mensen'. Zo'n omschrijving geeft de lezer er meteen extra informatie bij.
Wees hier wel zuinig mee. Een omschrijving die te geforceerd is ('de stad aan het IJ' in elke alinea) valt net zo goed op als de herhaling zelf.
5. Herschrijf de zin
Soms zit het probleem niet in het woord maar in de zinsbouw. Als drie zinnen achter elkaar beginnen met 'Daarnaast', 'Ook' en 'Verder', dan is er geen synoniem dat je redt. Probeer de informatie dan samen te voegen of in een andere volgorde te zetten. Vaak wordt de tekst er ook korter en duidelijker van.
Voorbeeld: 'Het museum heeft een nieuwe zaal. Daarnaast is er een café. Ook is er een winkel.' Beter: 'Het museum heeft naast een nieuwe zaal ook een café en een winkel.'
6. Laat vakwoorden en namen gewoon staan
Niet elke herhaling is fout. In een verslag over een 'omgevingsvergunning' moet dat woord ook gewoon omgevingsvergunning blijven. Als je ineens 'bouwtoestemming' of 'het document' schrijft, gaat de lezer zich afvragen of het om iets anders gaat. Hetzelfde geldt voor namen van personen, producten en wetten. Duidelijkheid gaat voor afwisseling.
7. Lees je tekst nog een keer, met frisse ogen
Leg je tekst even weg en lees hem later opnieuw, liefst op papier of op een ander scherm. Je ziet dan veel sneller wat er terugkomt. Een tweede lezer is nog beter: iemand anders struikelt over dingen die jij al tien keer hebt gelezen.
Snel een ander woord vinden
Zoek je een synoniem voor een woord dat steeds terugkomt? Typ het in het zoekveld van Woordschuur. Klik je op een synoniem, dan zie je meteen de synoniemen van dat woord. Zo kom je stap voor stap bij het woord dat precies past.