Nederlands synoniemenwoordenboek
Vind een ander woord voor je tekst, brief of gedicht
Woordschuur › Woorden A-Z › A

Synoniemen met de letter A

Hieronder staan alle 1290 woorden met de letter A, met de eerste synoniemen erachter. Klik op een woord om alle synoniemen te zien.

abcdefghijklmnopqrstuvwxyz
a priori allerbelangrijkst
aai aaiing, aanhaling, liefkozing, streling
aaien liefkozen, strelen
aaiing aai, aanhalen, gestreel, liefkozing, streling, vleien
aak binnenvaartschip, boot, praam, rijnaak, schip
aal paling
aalmoes gift, gunst, liefdadigheid, liefdegift, naastenliefde
aalmoezenier veldprediker
aalt gier, mest
aalvork elger
aambei adergezwel, gezwollen bloedvat, pijnlijk ongemak, ziekteverschijnsel
aambeien hemorroïden, lichamelijk ongemak, medische term, speen
aamborstigheid astma, kortademigheid
aan aangaande, betreffende, bij, boven, circa, dichtbij
aan belasting onderhevig schatplichtig
aan boord gaan aan boord klimmen, inschepen, scheep gaan
aan boord klimmen aan boord gaan
aan de overkant tegenoverliggend
aan de overzijde tegenoverliggend
aan elkaar bevestigen vastmaken
aan elkaar binden aan elkaar knopen, aaneenbinden, knopen, samenbinden, strikken, vastknopen
aan elkaar hangen aan elkaar kleven, kleven, klitten, plakken, vastplakken
aan elkaar kleven aan elkaar hangen, kleven, plakken, vastplakken
aan elkaar knopen aan elkaar binden, bevestigen, knopen, strikken, vastknopen, verbinden
aan flarden scheuren verscheuren
aan hebben dragen
aan kaart tab
aan kracht inboeten uitputten, verslappen, verzwakken
aan lager wal verlopen
aan proberen passen
aan scherven gebroken, kapot, stuk
aan stress lijdend overspannen
aan stukken defect, gebroken, in stukken, kapot, naar de knoppen, onklaar
aan stukken breken breken
aan stukken slaan inslaan, verbrijzelen
aan tafel bedienen bedienen, opdienen, opdissen, voorzetten
aan te prijzen raadzaam
aanbelanden aankomen, aanlanden, aflopen, arriveren, belanden, eindigen
aanbelangen aangaan, betreffen, verkeren
aanbellen bellen, luiden, opbellen, schellen
aanbesteden uitbesteden
aanbetaling voorschot
aanbevelen aanprijzen, aanraden, iemand recommanderen, nomineren, voordragen
aanbevelenswaardig raadzaam
aanbeveling aanprijzing, advies, nominatie, recommandatie, referentie
aanbiddelijk aantrekkelijk, bekoorlijk, charmant, schattig, verrukkelijk
aanbidden adoreren, bidden tot, dienen, eerbied, eerbiedigen, verafgoden
aanbidder bewonderaar, vrijer
aanbidding adoratie, verering
aanbidster bewonderaarster
aanbieden aangeboden, aanreiken, afgeven, beschikbaar stellen, doornemen, geven
aanbieding aanbod, koopje, offerte, optreden, overhandiging, presentatie
aanbijten aanvreten, zich laten verleiden
aanbinden aanhechten, aanknopen, beginnen
aanblazen aanstoken, aanwakkeren, doen opvlammen, ontsteken, oppoken, opstoken
aanblijven blijven
aanblik aanzicht, aanzien, blik, kijk, overzicht
aanblikken aankijken, aanzien
aanbod aanbieding, offerte
aanboren boren, ontsluiten
aanbouw uitbouw
aanbouwen bijbouwen, uitbouwen
aanbouwsel toevoegsel
aanbranden verbranden
aanbreken aanspreken, aanvangen, beginnen
aanbrengen aandoen, aangeven, aanleggen, aanpassen, aanplakken, aantekenen
aanbrenger politie-informant, runner, verklikker
aanbrengers politie-informanten, runners, stille verklikkers, verklikkers
aandacht aandachtigheid, acht, attentie, belangstelling, concentratie, interesse
aandacht erbij houden opletten
aandacht vasthouden boeien
aandacht verenigen concentratie
aandachtig attent, belangstellend, geïnteresseerd, oplettend
aandachtig luisteren opletten
aandachtigheid aandacht, aandachtig luisteren
aandeel actie, bijdrage, deel, inbreng, part, portie
aandeelhouder participant, vennoot
aandelen effecten, waardepapieren
aandelenbeurs beurs, effectenbeurs, effectenmarkt
aandelenkoersen koersen
aandenken gedachtenis, herinnering, memorie, nagedachtenis, souvenir
aandienen aankondigen
aandikken iets overdreven voorstellen, opblazen, opkloppen, opschroeven, overdreven voorstellen, overdrijven
aandoen aanbrengen, aandraaien, aankleden, aanleggen, aanmaken, aanrichten
aandoening emotie, kwaal, ziekte
aandoeningen emoties
aandoenlijk aangedaan, geroerd, ontroerd, roerend, vertederend
aandoenlijkheid gevoeligheid
aandraaien aandoen, aanzetten, door draaien vastmaken, inschakelen
aandragen aanvoeren, noemen
aandrang aandrift, aansporing, drang, drift, impuls, klem
aandrift aandrang, aansporing, bevlieging, daadkracht, drang, drift
aandriften driften
aandrijfkracht drijfkracht, stuwkracht
aandrijfmechanisme aandrijving, drijfwerk
aandrijven aanjagen, aanspoelen, aansporen, aanzetten, drijven, opjagen
aandrijving aandrijfmechanisme, drijfwerk, motor, stuwkracht, voortstuwing
aandrijvingen motoren
aandringen aanhouden, aansporen, doordrammen, doordrukken, drammen, erop staan
aandrukken vastdrukken
aanduiden aangeven, aankondigen, aanstippen, aanwijzen, betekenen, iets aanwijzen
aanduidend indicatief
aanduiding aanwijzing, benaming, benoeming
aandurven durven, tarten, wagen
aanduwen aanstoten
aaneen bijeen, gelijk, gelijktijdig, ineen, samen, tegelijk
aaneenbinden aan elkaar binden, samenbinden, verbinden
aaneengehecht aangevoegd, gekoppeld, verbonden
aaneengeregen aaneengesloten
aaneengeschakeld onafgebroken, verbonden
aaneengesloten aaneengeregen, aanhoudend, compact, continu, continue, doorlopend
aaneenkoppelen verbinden
aaneenkoppeling koppeling, verbinding
aaneenplakken aan elkaar hangen, kleven, klitten, plakken, vastlijmen, vastplakken
aaneenrijgen rijgen
aaneenschakelen koppelen, samenvoegen, verbinden
aaneenschakeling keten, ketting, koppeling, lijst, opeenvolging, reeks
aaneenschakelingen opeenvolgingen, reeksen
aaneensluiten klieken, sluiten
aaneensluiting koppeling, verbinding
aaneenvoeging samenvoeging, verbinding
aanflitsen aanfloepen, branden, ontsteken, plotseling gaan branden
aanfloepen aanflitsen, branden, ontsteken
aanfluiting bespotting, gespot, hoon, ironie, sarcasme, schande
aanfok aankweek, aankweken, cultuur, fok, fokkerij, kweken
aangaan aanbelangen, aanflitsen, aanknopen, aanvangen, aanwippen, afsluiten
aangaande aan, betreffende, in, met, omtrent, over
aangapen aanstaren, gapen, verbaasd aanzien
aangebakken aangekoekt
aangeboden aanbieden, aanreiken, offreren, presenteren, van nature
aangeboren congenitaal, eigen, ingeboren, natuurlijk, van nature aanwezig, verworven
aangebracht geïnstalleerd
aangebrand aangekoekt, beledigd, geërgerd, geïrriteerd
aangebroken geopend, opengemaakt
aangedaan aandoenlijk, aangegrepen, aangeslagen, aangetast, aangezet, bewogen
aangedragen bedacht
aangegeven gedeclareerde, vermelde
aangegrepen aangedaan, aangeslagen, geëmotioneerd
aangehaald geciteerd, met liefde geciteerd
aangehecht vastgehecht
aangeklaagde beklaagde, beschuldigde, gedaagde, verdachte
aangekleed gekleed
aangekochte aankoop, aanschaf, aanwinst, acquisitie, boodschap, koop
aangekoekt aangebakken, aangebrand
aangelegen aanliggend, daarnaast
aangelegenheden affaires, zaken
aangelegenheid affaire, belang, geval, kwestie, zaak
aangelengd verdund
aangemeld ingeschreven
aangenaam aantrekkelijk, aardig, attent, behaaglijk, behulpzaam, bevallig
aangenaam aandoen bevallen, plezieren
aangename aannemelijkheid, genoegen, zoet
aangenomen aanvaard, denkbeeldig, fictief, geaccepteerd, geadopteerd, gefingeerd
aangepast aanpassen, adequaat
aangeplant aangekweekt
aangeprikt opengeprikt
aangerukt gebracht
aangeschoten beneveld, beschonken, dronken, getroffen, teut, tipsy
aangeslagen aangedaan, aangegrepen, geëmotioneerd
aangespen vastgespen, vastmaken
aangetast aangedaan, beschadigd, getroffen
aangetrokken tot bekoord
aangeven aanbrengen, aanduiden, aangifte, aanreiken, aanwijzen, afgeven
aangevoegd aaneengehecht, gekoppeld, verbonden
aangevreten mottig
aangevuld aanvullen, completeren
aangewend toegepast
aangewezen aanwijzen, bepaald, beperkt tot, bevoegd, geroepen, meest geschikt
aangezet aangedaan, ingeschakeld
aangezicht aanzien, buitenkant, fes, front, fysionomie, gedaante
aangezien daar, omdat, vermits, want, wijl
aangrenzend aanliggend, aanpalend, belendend, dichtbijgelegen
aangrijpen aanklampen, aanpakken, aantasten, aanvallen, aanvatten, aanwenden
aangrijpend boeiend, dramatisch, emotioneel, hartbrekend, hartroerend, hartveroverend
aangroei aanwas, aanwinst, expansie, groei, groter worden, stijging
aangroeien aanwassen, aanwinnen, aanzwellen, gedijen, groeien, groter worden
aangroeiing aanwas, vermeerdering
aanhaken aanknopen, aankoppelen, haken, vasthaken, vastkoppelen
aanhalen aai, aaiing, aanhaling, aantrekken, citeren, gestreel
aanhalig aanhankelijk, behaagziek, geneigd tot liefkozen, knuffelig, lief doend, verlangend naar liefkozingen
aanhaling aanhalen, citaat, gebruikmaking, liefkozing, quote, streling
aanhang consorten, fans, gevolg, personeel, supporters, volgers
aanhangen aankoppelen, belijden, vastkoppelen
aanhanger aanhangwagen, adept, discipel, fan, gelovige, lid
aanhangers aanhangwagens, opleggers, trailers
aanhangsel aanvulling, addendum, appendix, bijvoegsel, supplement, toevoeging
aanhangsels addenda, bijvoegsels, supplementen, toevoegingen, toevoegsels
aanhangster medestandster, volgelinge
aanhangwagen aanhanger, trailer
aanhangwagens aanhangers, opleggers, trailers, volgauto's met fans
aanhankelijk aanhalig, innig gehecht, toegenegen, trouw, verknocht
aanhankelijkheid affectie, gehechtheid, verknochtheid
aanharken schoffelen, uitkammen
aanhebben dragen
aanhechten aanbinden, bevestigen, hechten, nieten, vasthechten, vastnieten
aanhechting insertie, naad, verbinding
aanhef aanvang, hoofd, tit, titel
aanheffen beginnen, inzetten
aanhitsen ophitsen
aanhoren beluisteren, hoorzitting, luisteren, luisteren naar, toehoren, toeluisteren
aanhouden aandringen, aanklampen, afdoen, afleggen, afzetten, arresteren
aanhouden op aansturen op
aanhoudend aaneengesloten, bestendig, blijvend, constant, continu, continue
aanhouder doordrammer, doorzetter, taaie
aanhouding arrest, arrestatie, beslag, beslaglegging, gevangenneming
aanjagen aandrijven, aansporen, opjutten, porren, voortstuwen
aankaarten aanknopen, aansnijden, aanvoeren, entameren, gesprek aanknopen, op tafel leggen
aankijken aanblikken, aanschouwen, aanzien, afwachten, bekijken, gadeslaan
aankijken op beschuldigen
aanklaagster beschuldigster, eiseres, partij in rechtszaak
aanklacht beschuldiging, requisitoir, tenlastelegging
aanklagen beschuldigen, betichten
aanklagers beschuldigers
aanklampen aangrijpen, aanhouden, aanpakken, aanschieten, aanspreken, aanvatten
aankleden aandoen, aantrekken, decoreren, kleden, opdirken, versieren
aankleding bekleding, decoratie, inrichting, tooi, uitmonstering, versiering
aankleven schaduwen
aanklooien klooien, rotzooien
aankloppen aantikken, kloppen, tikken
aanknopen aanbinden, aangaan, aanhaken, aankaarten, aansnijden, beginnen
aanknopingspunt aanwijzing, handvat
aanknopingspunten steunpunten
aankomen aanbelanden, aanlanden, aanraken, afhangen van, aflopen, arriveren
aankomen op vliegveld landen
aankomend aanstaand, aanstaande, halfwassen, komend, toekomend, toekomstig
aankomende arriveren, finishen
aankomst aanlegplaats, binnenkomst, intocht, komst, oprit, reis
aankondigen aanduiden, aanstippen, aanzeggen, adverteren, annonceren, bekendmaken
aankondiger aanwijzing, voorbode, voorloper, voorteken
aankondiging advertentie, adverteren, afkondiging, annonce, annonceren, bekendmaking
aankoop aangekochte, aanschaf, aanwinst, acquisitie, afname, boodschap
aankopen aanschaffen, afnemen, inkopen, kocht, kopen, overnemen
aankoper koper
aankoppelen aanhaken, aanhangen, vasthaken, vastkoppelen
aankruisen aanstrepen, afvinken
aankunnen aanpassen, afkunnen, ervan op, opgewassen zijn tegen
aankweek aanfok, aankweken, cultuur, fok, fokkerij, kweken
aankweken aanfok, aankweek, aanplanten, cultuur, doen voorttelen, fok
aanlanden aanbelanden, aankomen, aflopen, arriveren, eindigen, ophouden
aanleg begaafdheid, bekwaamheid, bouw, capaciteit, dispositie, gave
aanleggen aanbrengen, aandoen, aanmeren, afmeren, bouwen, inrichten
aanlegplaats aankomst, aanlegsteiger, ankerplaats, haven, kade, ligplaats
aanlegsteiger aanlegplaats, ligplaats, steiger
aanleiding aanzet, gelegenheid, oorzaak, reden, voorwendsel
aanleiding geven tot ophitsen, provoceren, uitdagen, uitlokken
aanleidingen oorzaken, redenen
aanlengen lengen, verdunnen, versnijden, verwateren
aanleren eigen maken, leren, oppikken, opsteken, verwerven
aanleunen leunen tegen, zich laten welgevallen
aanleveren afleveren, bezorgen, brengen, geleverd, leveren, levert
aanliggend aangelegen, aangrenzend, dichtbijgelegen
aanlijmen lijmen, vastlijmen
aanlokkelijk aantrekkelijk, attractief, begeerlijk, bekoorlijk, bevallig, charmant
aanlokkelijkheid aantrekkelijkheid, aantrekkingskracht, bekoorlijkheid, bekoring, betovering, charme
aanlokken aantrekken, lokken, meelokken, verleiden, verlokken, weglokken
aanloop bezoek, prelude, visite
aanlooptijd begintijd
aanlopen langskomen, langslopen
aanmaken aandoen, aanleggen, aansteken, aanwakkeren, aanzetten, bereiden
aanmanen aansporen, manen, sommeren
aanmaning aansporing, aansporing tot plicht, dagvaarding, dringend verzoek, herinnering, sommatie
aanmatigend arrogant, hautain, hooghartig, hoogmoedig, hovaardig, neerbuigend
aanmatiging inbeelding, verwaandheid, zelfverheffing
aanmelden aandienen, aanmonsteren, inschrijven, inschrijving, intekenen, opgeven
aanmelding aangifte, inschrijving, opgave
aanmeldingsformulier inschrijvingsformulier
aanmeren aanleggen, afmeren, meren, vastbinden, vastleggen, vastmaken
aanmerkelijk aanzienlijk, aardig, beduidend, behoorlijk, enorm, flink
aanmerken afkeuren, beschouwen
aanmerking afkeuring, commentaar, kritiek
aanminnig liefelijk, lieftallig
aanmodderen aanrommelen, prutsen, rommelen, stumperen
aanmoedigen aansporen, aanvuren, aanzetten, activeren, bemoedigen, bevorderen
aanmoediging aansporen, aansporing, opwekking, prikkel, steun, stimulans
aanmonsteren aanmelden, inschrijven, meevaren, meevaren als passagier
aanname aanneming, hypothese, stelling, the, these, thesis
aannemelijk aanvaardbaar, acceptabel, betrouwbaar, degelijk, gefundeerd, gegrond
aannemelijkheid aangename, genoegen, plausibiliteit, waarschijnlijkheid
aannemen aanpakken, aantrekken, aanvaarden, accepteren, adopteren, cadeau aannemen
aannemer bouwer, bouwondernemer, verbouwer
aannemersbedrijf bouwbedrijf, bouwonderneming
aanneming aanname, adopteren, adoptie, confirmatie
aanpak beleid, benadering, draai, formule, methode, stijl
aanpakken aangrijpen, aanklampen, aannemen, aanvaarden, aanvatten, beetgrijpen
aanpalend aangrenzend, belendend
aanpasbaarheid flexibiliteit, overdraagbaarheid
aanpassen aanbrengen, aangepast, aankunnen, aarden, adapteren, bijstellen
aanpassing adaptatie, bijstelling, verandering
aanpassingsvermogen accommodatievermogen, flexibiliteit, subsidie voor inburgering
aanplakbiljet affiche, biljet, plakkaat, poster
aanplakken aanbrengen, vastplakken
aanplakker plakker
aanplakzuil reclamezuil
aanplant aanfok, aankweek, aankweken, begroeiing, beplanting, cultuur
aanplanten aankweken, fokken, genereren, kweken, opkweken, planten
aanpoten afbeulen, buffelen, flink aanpakken, haast maken, haasten, hard werken
aanpraten aansmeren, opdringen, wijsmaken
aanprijzen aanbevelen, adviseren, recommanderen
aanprijzing aanbeveling, recommandatie, referentie
aanpunten punten
aanraakbaar concreet, duidelijk, grijpbaar, stoffelijk, tastbaar, voelbaar
aanraden aanbevelen, adviseren, iemand recommanderen, nomineren, van raad dienen, voordragen
aanraken aankomen, aanroeren, aanstoten, beroeren, raken, strelen
aanraking beroering, contact
aanrakingspunt raakpunt, raakvlak
aanranden aantasten, verkrachten, vrouw aanranden
aanrander aanvaller, boosdoener, eerrover, geweldpleger, handtastelijk iemand, misdadiger
aanrecht buffet, gootsteen
aanreiken aanbieden, aangeboden, aangeven, afgeven, geeft, geven
aanrekenen aanwrijven, berispen, beschuldigen, blameren, gispen, iemand iets verwijten
aanrichten aandoen, aanstichten, arrangeren, brengen, ordenen, organiseren
aanrijden botsen, grijpen, rammen
aanrijding botsing, collisie, ongeluk, verkeersongeval
aanrijdingen botsingen
aanroepen inroepen, inviteren, praaien, toeroepen
aanroeren aanraken, aansnijden, aanstippen
aanrommelen knoeien, rotzooien, scharrelen
aanschaf aangekochte, aankoop, aanwinst, acquisitie, afname, boodschap
aanschaffen aankopen, acquireren, afnemen, dekken, inkopen, kopen
aanschaffing aanschaf
aanscherpen intensiveren, toespitsen, verhevigen, versterken
aanschieten aandoen, aanklampen, toesnellen
aanschijn gelaat
aanschouwelijk beeldend, duidelijk, visueel
aanschouwelijk maken demonstreren
aanschouwelijkheid plastiek
aanschouwen aankijken, bekijken, beschouwen, bezichtigen, bezien, gewaarworden
aanschrijven aanmanen, aanzeggen, kennis geven, kond doen
aanschrijving aanzegging, deurwaardersexploot, kennisgeving, sommatie
aanschroeven vastschroeven
aanslaan aanraken, beoordelen, beslaan, schatten, starten, taxeren
aanslag aanslagbiljet, bezinksel, bomaanslag, impact, knal
aanslagbiljet aanslag
aanslibben aanslibbing, sedimentatie
aanslibbing aanslibben, sedimentatie
aanslijpen slijpen
aanslingeren aanzwengelen, op gang brengen
aansluiten bijvallen, bijvoegen, instemmen, passen, verbinden
aansluitend daarna, daarop
aansluiting band, connectie, contact, liaison, link, relatie
aansluitingen telefoonaansluitingen
aansmeren aanpraten, opdringen
aansnijden aankaarten, aanknopen, aanroeren, aanvoeren, entameren, gesprek aanknopen
aanspan paard en wagen
aanspannen beginnen, inspannen
aanspoelen aandrijven, stranden
aansporen aandrijven, aandringen, aanjagen, aanmoedigen, aanmoediging, aansporing
aansporend opwekkend, stimulerend
aansporing aanmaning, aanmoediging, aansporen, aanvuring, dwang, oproep
aansporing tot plicht aanmaning, herinnering
aansporingen stimulansen
aanspraak claim, recht, rechtsgrond, rechtstitel, tit, titel
aanspraak maken op claim, eisen, opeisen, opvorderen, rekwireren, vorderen
aansprakelijk gehouden, schuldig, verantwoordelijk
aansprakelijkheid verantwoordelijkheid, verantwoording
aanspreekbaar benaderbaar, genaakbaar, toegankelijk, toeschietelijk
aanspreken aanbreken, aanklampen, appelleren, begroeting, benaderen, spreken tot
aanstaan aanspreken, behagen, believen, bevallen, conveniëren, draaien
aanstaand aankomend, eerstkomend, eerstvolgend, komend, toekomend, toekomstig
aanstaande dichtbij, eerstkomend, eerstvolgend, toekomstig, verloofde
aanstalten toebereidselen, voorbereidselen
aanstalten maken opmaken
aanstampen aantrappen
aanstaren aangapen, fixeren, staren, verbaasd aanzien
aanstekelijk besmettelijk
aansteken aandoen, aanmaken, aanstrijken, bederven, besmetten, besmetting
aanstellen aanwijzen, benoemen, installeren, komediespelen
aansteller komediant, komediespeler, kwast, malloot, uitslover
aanstellerig dikdoenerig, gekunsteld, gemaakt, interessant, overdreven, snobistisch
aanstellerij aanstelleritis, onnatuurlijkheid, theater, toneel
aanstelling benoeming, betrekking, installatie
aanstichten aandoen, aanrichten, teweegbrengen, veroorzaken
aanstichter aanzetter, initiatiefnemer, instigator, oprichter, opstoker, provocateur
aanstichting uitlokking
aanstippen aanduiden, aankondigen, aanraken, aanroeren, aantippen, tippen
aanstoken aanblazen, aanwakkeren, aanzetten, infecteren, opfokken, ophitsen
aanstonds binnenkort, daarnet, daarstraks, dadelijk, direct, juist
aanstoot ergernis, irritatie, misnoegen, schandaal
aanstoot geven schokken
aanstootgevend aanstotelijk, oneerbaar, stotend, zedenkwetsend
aanstotelijk aanstootgevend, ergerlijk, ergernis gevend, indecent, infaam, kwetsend
aanstoten aanduwen, botsen, porren, proosten
aanstrepen aankruisen, afvinken, turven, vinken
aanstrijken aansteken, bedekken, doen branden
aansturen op afstevenen op, ambitie, aspiratie, azen, beogen, doel
aansturing haalbaarheid, richting
aantal hoeveelheid, kwantiteit, reeks
aantal keren frequentie
aantal kilogrammen gewicht
aantal personen bijeen gezelschap, groep
aantasten aangrijpen, aanvallen, aanvreten, attaqueren, bederven, beschadigen
aantasting inbreuk, overschrijding, schending, schennis
aantekenboekje notitieboekje, zakboekje
aantekenen aanbrengen, aanwerven, annoteren, boeken, inschrijven, noteren
aantekening agenda, annotatie, briefje, kattebelletje, kladje, krabbel
aantijgen insinueren
aantijging beschuldiging, insinuatie, toespeling, verdachtmaking, zijdelingse verdachtmaking
aantikken aankloppen, aanraken, kloppen, oplopen, tikken
aantippen aanstippen, tippen
aantonen aanduiden, aanwijzen, bewijzen, demonstreren, staven
aantreden aanvaarding, begin, toetreden
aantreffen ontmoeten, tegenkomen, treffen, vind, vinden
aantrekkelijk aanbiddelijk, aangenaam, aanlokkelijk, aardig, attractief, begeerlijk
aantrekkelijkheid aanlokkelijkheid, aantrekkingskracht, attractiviteit, begeerlijkheid, bekoorlijkheid, bekoring
aantrekken aanbrengen, aandoen, aankleden, aanlokken, aannemen, adverteren
aantrekking bekoring
aantrekkingskracht aanlokkelijkheid, aantrekkelijkheid, affiniteit, bekoorlijkheid, bekoring, charisma
aanvaard aangenomen, geaccepteerd, goedgekeurd
aanvaardbaar aannemelijk, acceptabel, legitiem, toelaatbaar, verantwoord
aanvaarden aangaan, aannemen, aanvaarding, acceptatie, accepteren, cadeau aannemen
aanvaarding aanneming, aantreden, aanvaarden, begin, betekenis, erkenning
aanval attaque, bestorming, bevlieging, charge, insult, offensief
aanvallen aangrijpen, aantasten, aanvechten, aanvliegen, attaqueren, attaques
aanvallend agressief, offensief
aanvaller aanrander, agressor, overvaller, spits, spitsspeler, voorhoedespeler
aanvallig allerliefst, bevallig, gracieus, schattig, sierlijk, snoeperig
aanvalswapen wapen
aanvang begin, inzet, opening, start
aanvangen aanbreken, aangaan, aanknopen, aanvaarden, beginnen, intreden
aanvangstijd begintijd, starttijd, vertrektijd
aanvankelijk eerst, oorspronkelijk
aanvaren rammen
aanvaring botsing, conflict
aanvaringen ruzies
aanvatten aangrijpen, aanklampen, aanpakken, beetpakken, nemen, oprapen
aanvechtbaar betwistbaar, controversieel, dubieus, kwestieus, twijfelachtig, zwak
aanvechten aanvallen, bestrijden, betwisten
aanvechting bekoring, drang, neiging, seductie, temptatie, verleiding
aanvegen vegen
aanvliegen aanvallen, naderen
aanvoelen gevoel, meeleven, meevoelen, voelen, voorvoelen
aanvoer bevelhebber, commandant, hoofd, hoofdman, kapitein, lei
aanvoerder bevelhebber, commandant, hoofd, hoofdman, kapitein, leider
aanvoerders hoofdmannen, kopmannen, leiders, voormannen
aanvoeren aandragen, aankaarten, aansnijden, aanvoering, besturen, bevel voeren over
aanvoerend eerste, leidend
aanvoering aanvoeren, leiding, voorgaan
aanvoerster leidster, leidsvrouw, voorvrouw
aanvraag bestelling, petitie, rekest, rekwest, verzoek, verzoekschrift
aanvraagster verzoekster
aanvragen aanzoeken, bespreken, bestellen, opgeven, opvragen, rekwestreren
aanvrager rekwestrant, verzoeker
aanvragers rekwestranten, verzoekers
aanvreten aanbijten, aantasten, bederven, beschadigen, uithollen
aanvullen aangevuld, aanvullende, bijladen, bijvullen, bijwerken, completeren
aanvullend additioneel, bijkomend, complementair, supplementair, suppletoir
aanvullend voorstel amendement
aanvullende aanvullen, completeren
aanvulling aanhangsel, addendum, additie, appendix, bijlage, bijvoegsel
aanvuren aanmoedigen, aansporen, aanwakkeren, bemoedigen, bezielen, ophitsen
aanvuring aansporing
aanwakkeren aanblazen, aanmaken, aansporen, aanstoken, aanvuren, aanzetten
aanwas aangroei, aangroeiing, aanwinst, expansie, groei, groter worden
aanwassen aangroeien, aanwinnen, aanzwellen, gedijen, groeien, groter worden
aanwenden aangrijpen, aanwending, benutten, bezigen, gebruik, gebruik maken van
aanwending aanwenden, behandeling, gebruik, hantering, inzet, toepassing
aanwennen gewend raken, leren, tot gewoonte maken
aanwensel gewoonte, hebbelijkheid, rarigheid, tic
aanwerven aanbrengen, aanmelden, aantekenen, boeken, registreren, rekruteren
aanwerving lichting
aanwezig beschikbaar, positief, present, tegenwoordig, voorhanden, voorradig
aanwezig zijn bijwonen, er zijn
aanwezigheid beschikbaarheid, bijzijn, presentie, tegenwoordigheid, verkrijgbaar, voorhanden
aanwijzen aanduiden, aangeven, aangewezen, indiceren, tentoonspreiden, tonen
aanwijzer indicator
aanwijzing aanduiding, aanknopingspunt, aankondiger, hint, indicatie, instructie
aanwijzingen gebruiksaanwijzing, gebruiksaanwijzingen, handboek, indicaties, instructies, leidraad
aanwinnen aangroeien, aanwassen, aanzwellen, gedijen, groeien, groter worden
aanwinst aangekochte, aangroei, aankoop, aanschaf, aanwas, acquisitie
aanwippen aangaan, bezoeken
aanwrijven aanrekenen, berispen, beschuldigen, blameren, gispen, iemand iets aanrekenen
aanzeggen aankondigen, aanschrijven, informeren, kennis geven, kennisgeving, kond doen
aanzegging aanschrijving, bericht, kennisgeving
aanzet aanleiding, initiatief, opwekking, prelude, prikkel
aanzetsel aanzetstuk, aanzetting, bezinksel, droesem, neerslag
aanzetstuk aanzetsel, aanzetting
aanzetten aandoen, aanmaken, aanmoedigen, aansporen, aanstoken, aanwakkeren
aanzetten tot aansporen, instigeren, provoceren
aanzetter aanstichter, instigator, opstoker
aanzetting aanzetsel, aanzetstuk
aanzicht aanblik, aanzien, aspect, uiterlijk, uiterlijke vorm, voorkomen
aanzien aanblik, aanblikken, aangezicht, aankijken, achtbaarheid, achting
aanzien voor beschouwen als, houden voor
aanzienlijk achtbaar, beduidend, behoorlijk, bekend, belangrijk, beroemd
aanzitten tafelen
aanzoek huwelijksaanzoek
aanzoeken aanvragen, uitnodigen, verzoeken, vragen
aanzuigen zuigen
aanzuiveren bijleggen
aanzwellen aangroeien, aanwassen, aanwinnen, gedijen, groeien, groter worden
aanzwengelen aanslingeren
aar korenaar
aard constitutie, geaardheid, gemoed, inborst, inslag, karakter
aardappel kriel, patat, pieper
aardappelen poten poten
aardappelmeel zetmeel
aardappels schillen jassen
aardbeving aardschok, natuurkundige verschijnsel, natuurramp, natuurverschijnsel, onbehaaglijk gevoel, ontzettende gebeurtenis
aardbodem aarde, grond
aardbol aarde, globe
aardboor grondboor
aarde aardbodem, aardbol, aardkorst, aardrijk, bodem, bol
aarden aanpassen, gedijen, gronden, op aarde aansluiten, wennen
aardewerk keramiek, vaat
aardgeest gnoom, kabouter
aardhars asfalt
aardig vriendelijk, lief, sympathiek, hartelijk, prettig, innemend
aardigheid cadeau, cadeautje, flauwiteit, geestigheid, gein, geintje
aardigheidje attentie, kleinigheid, presentje
aardkloot aarde, wereld
aardkluit pol
aardkorst aarde, bodem, grond
aardkunde geologie, natuurlijke historie, natuurwetenschap
aardmannetje dwerg, gnoom, kabouter, kobold
aardnoot aardmuis, apennootje, eetbare peulvrucht, oliehoudend gewas, olienoot, olierijke vrucht
aardolie olie, petroleum
aardrijk aarde
aardrijkskunde geografie, leervak op school, schoolvak, vak op school
aardrijkskundig geografisch
aards kortstondig, mondain, profaan, provisorisch, seculair, temporeel
aardschok aardbeving, beving, korte aardbeving, kortstondige aardbeving, natuurramp, natuurverschijnsel
aardworm pier, regenworm, worm, wurm
aars anus, darmkanaal, gat, hol
aarsopening anus, kontgat
aartsbedrieger aartsleugenaar
aartsbisschop kerkvorst
aartsdom oliedom
aartsleugenaar aartsbedrieger, gepatenteerde leugenaar
aartsvader patriarch
aartsvijand doodsvijand
aarzelen dralen, drentelen, druilen, dubben, hannesen, talmen
aarzelend besluiteloos, dralend, halfslachtig, langzaam, leuterig, onvast
aarzeling schroom, twijfel, twijfeling, weifeling
aas kreng, lokaas, lokmiddel, prooi
abacus telraam
abattoir slachterij, slachthuis
abbreviatie verkorting
abc alfabet, basisbeginselen, grondbeginselen
abces gezwel, zweer
abdiceren abdiqueren, aftreden
abdiqueren abdiceren, aftreden
abdomen buik
aberratie afwijking
abject afkeurenswaardig, verachtelijk
abnormaal afwijkend, ongewoon, pathologisch, ziekelijk
abnormaliteit afwijking, afwijking van normaal, mismaaktheid, misvorming, ongewoonheid, onregelmatigheid
abominabel afschuwelijk, erbarmelijk, miserabel, treurig
abonnee geabonneerde, lid
abonnement jaarkaart, seizoenkaart
abonnementsgeld abonnementskosten, contributie
abonnementskosten abonnementsgeld
abonneren intekenen
aborteren afdrijven, mislukken, stilhouden, stoppen
abortus miskraam, vruchtafdrijving, zwangerschapsafbreking, zwangerschapsonderbreking
abri bushalte, bushokje, wachthuisje
abrupt bruusk, eensklaps, ineens, kortaf, onverhoeds, onverwacht
absent afwezig, gedachteloos, verstrooid
absentie afwezigheid, verzuim
absint alcoholische drank, alcoholische vloeistof, alsem, alsemwijn, anijsdrank, anijslikeur
absolute meevaller klapper, topper
absolutie kwijtschelding, pardon, vergiffenis
absolutisme alleenheerschappij, heerschappij, onbeperkte alleenheerschappij, onbeperkte heerschappij, onbeperktheid, volstrekte gelding
absoluut beslist, geheel, geheid, grondig, helemaal, in het geheel
absoluutheid totaliteit, volstrektheid
absorberen inzuigen, opnemen, opslorpen, opslurpen, opzuigen
absorptie intrekking, opname, opneming
abstinentie geheelonthouding, onthouding, onthouding van sterkedrank, vrijwillige onthouding
abstract afgetrokken, doelloos, ongegrond, onstoffelijk
absurd belachelijk, bespottelijk, lachwekkend
absurditeit dwaasheid, idioterie, ongerijmdheid, onverstand, onzinnigheid
abt bestuurder van klooster, geestelijk beroep, geestelijke, katholiek geestelijke, katholieke geestelijke, kloosterling
abuis dwaling, fout, mis, misgreep, misslag, vergissing
abundant overvloedig, rijk, uitbundig, volop, weelderig, welig
abusievelijk ten onrechte, verkeerd
academica doctoranda
academie genootschap, hogere school, hogeschool, universiteit
academisch schools, theoretisch, universitair, wetenschappelijk
acanthus bereklauw, bladvormig loofwerk, bladvormige versiering, versieringsmotief
acceleratie versnelling
accelereren bespoedigen, optrekken, optrekken van auto, verhaasten, versnellen
accent dialect, hoofdtoon, klemtoon, nadruk, taaltje, tongval
accent circonflexe caret, circonflexe, circumflex, dakje
accentueren beklemtonen, belichten, benadrukken, ophelderen, opklaren, toelichten
acceptabel aannemelijk, aanvaardbaar, billijk, geloofwaardig, ontvankelijk, passabel
acceptatie aanneming, aanvaarden, accepteren
accepteren aannemen, aanvaarden, acceptatie, cadeau aannemen, dulden, goedvinden
acceptgiro acceptgirokaart, overschrijvingsformulier
acceptgirokaart acceptgiro
accessoir bijbehorend, bijkomend, bijkomstig, toegevoegd
accessoires benodigdheden, bijbehorende zaken, bijkomstige benodigdheden, toebehoren
accidenteel toevallig
accijns belasting, verbruiksbelasting
acclimatiseren wennen
accolade haak, haakje, leesteken, omarming, omhelzing, omsluitend haakje
accommodatie behuizing, huisvesting, kwartier, onderbrenging, onderdak, onderkomen
accommodatievermogen aanpassingsvermogen
accommoderen herbergen, huisvesten, huizen, iemand huisvesten, onderbrengen, onderdak verlenen
accompagneren begeleiden, meelopen
accordeon trekharmonica
accorderen afspreken, overeenkomen, overeenstemmen
accountant registeraccountant, verificateur
accountantsverslag verificatie
accres groei, toename
accu accumulator, batterij, elektrische cel, energie reservoir, energiebron, energieleverancier
accumulatie bende, groep, hoop, massa, opeenhoping, opeenstapeling
accumulator accu, batterij
accumuleren hopen, opeenhopen, verzamelen, zich ophopen, zich opstapelen
accuraat exact, foutloos, gedetailleerd, juist, minutieus, nauwgezet
accuratesse nauwgezetheid, nauwkeurigheid, precisie, stiptheid, zorgvuldigheid
accusatief casus, naamval, verbuigingsvorm, vierde naamval
ach ah, allemachtig, ha, och, oh, tjonge
acht aandacht, oplettendheid, zorg
achtbaar achtenswaardig, eerbiedwaardig
achtbaarheid aanzien, prestige, status
achteloos gedachteloos, nalatig, nonchalant, onachtzaam, ongeïnteresseerd, onverschillig
achteloosheid nonchalance
achten denken, eerbiedigen, eren, hoogachten, hoogschatten, respecteren
achtenswaardig aanzienlijk, achtbaar, eerbiedwaardig
achter achterop, daarachter, erachter, na, nadat
achteraf afgelegen, daarna, dan, later, naderhand, vervolgens
achterbak bagageruimte, koffer, kofferbak, kofferruimte
achterbakken kofferbakken, laadbakken
achterbaks clandestien, doortrapt, gehaaid, gemeen, geniepig, geraffineerd
achterban basis
achterblijven nablijven, overblijven, stagneren, traineren
achterblijver achtergeblevene, uitvaller
achterbuurt gribus, krottenbuurt, krottenwijk, slop, slum
achterdeur achteruitgang
achterdocht argwaan, wantrouwen
achterdochtig argwanend, wantrouwend, wantrouwig
achtereenvolgend achtereenvolgens, opeenvolgend, successief, successievelijk
achtereenvolgens achtereenvolgend, achterelkaar, respectievelijk, successievelijk
achterelkaar achtereenvolgens, successievelijk
achterflap flap
achtergebleven achterlijk, middeleeuws, onderontwikkeld
achtergeblevene achterblijver, uitvaller
achtergrond afkomst, decor, oorzaak, voorgeschiedenis
achterhaald ouderwets, uit de tijd, verouderd
achterhalen inhalen, ontdekken, terugvinden, vinden
achterhoede defensie, verdediging
achterhoedespeler ausputzer
achterhouden achteroverdrukken, behouden, bemantelen, gappen, geheimhouden, houden
achterhouding onderschepping, verduistering
achterkamer kamer
achterkant achterzijde, keerzijde, ommezijde, rugzijde
achterklap geklap, geklets, geroddel, klap, klets, kwaadsprekerij
achterlaten droppen, dumpen, laten, nalaten, overlaten, verlaten
achterlatend verlatend
achterliggen achterliggende, achterstaan
achterliggende achterliggen
achterlijf onderlijf
achterlijk achtergebleven, afgestompt, dom, geesteloos, gek, geschift
achterlijke dommerik, dwaas, gek, geschifte, idioot, onbenul
achterlijkheid debiliteit, gestoordheid, idioterie, idiotie, imbeciliteit, krankzinnigheid
achternaam familienaam, geslachtsnaam
achternagaan achternalopen, nalopen, volgen
achternalopen achternagaan, nalopen, volgen, volgt
achternazitten achtervolgen, najagen, nazitten, volgen
achterop achter, ongunstige positie
achteropraken achterblijven, terugvallen
achterover ruggelings
achteroverdrukken achterhouden, afnemen, benemen, gappen, inpikken, jatten
achterpaard kruier, wagenmaker
achterspeler achterhoedespeler, back, verdediger, voetballer
achterst laatst
achterstaan onderdoen
achterste achterwerk, bibs, bil, billen, finaal, kont
achterstellen benadelen, discrimineren, minder bevoordelen
achterstevoren omgekeerd
achtertuin tuin
achteruit achterwaarts, retour, rugwaarts, terug
achteruitdeinzen achteruitgaan, achteruitwijken, terugdeinzen, terugschrikken, terugwijken
achteruitgaan achteruitdeinzen, achteruitlopen, afbrokkelen, afnemen, bezwijken, declineren
achteruitgaand afnemend, hellend, helling, neiging, schuin, vervallend
achteruitgang achterdeur, daling, decadentie, degeneratie, inzinking, teruggang
achteruitkijken omkijken, omzien, terugkijken
achteruitlopen achteruitgaan, minder worden
achteruitwijken achteruitdeinzen, afdeinzen, retireren
achteruitzetten degraderen, terugplaatsen, terugzetten
achtervolgen achternazitten, hinderen, lastig vallen, najagen, nazitten, vervolgen
achtervolger vervolger
achtervolging jacht, klopjacht
achtervolgingswaan paranoia
achterwaarts achteruit, retour, rugwaarts, terug
achterwerk achterste, bibs, billen, kont, zitvlak
achterzijde achterkant, keerzijde, ommezijde, rug, rugzijde
achting aanzien, eerbied, eerbiediging, hoogachting, niveau, ontzag
aciditeit zuurgehalte
acne puist
acoliet aanhanger, adept, apostel, geestelijke, misdienaar, volgeling
acquireren aanschaffen, verkregen, verkrijgen
acquisiteur colporteur
acquisitie aangekochte, aankoop, aanschaf, aanwinst, afname, boodschap
acrobaat artiest, circusartiest, koorddanser, krachtmens, kunstenmaker, straatartiest
acrostichon naamdicht
acrylaat lakverf
act nummer
acte akte, bewijsstuk
acteren doen alsof, komedie spelen, toneelspelen, zich aanstellen
acteur actrice, artiest, figurant, speler, toneelspeler, tonelist
acteurs spelers, toneelspelers
actie aandeel, campagne, daad, expeditie, handeling, protestbijeenkomst
actiecomité actiegroep, groep voorvechters, pressiegroep
actief arbeidend, arbeidzaam, bedrag, bedrijvig, beweeglijk, bezig
actiegroep actiecomité, belangengroep, beweging
actieradius bereik, invloedssfeer, reikwijdte, schootsafstand, schootsveld, werkingssfeer
activa baten, bedrag, bezit, tegoed
activeren aanmoedigen, bezielen, mobiliseren, opleven, oppeppen, opwekken
activist demonstrant
activiteit arbeid, bedrijvigheid, bezigheid, roerigheid, spel, werking
activum bedrijvende vorm
actrice acteur, artiest, speler, toneelspeler, tonelist, uitvoer
actualiseren bijwerken
actuaris verzekeringsexpert
actueel bijdetijds, modern, up to date, up-to-date
acuut direct, dringend, helder, plotseling, scherp, à la minute
ad adeldom, adelstand, edelen, ridderstand, ridderwezen
ad hoc eenmalig, waarnemend
ad rem geestig, gevat, slagvaardig, snedig, wakker
adagium spreuk
adamskostuum naakt
adaptatie aanpassing, bewerking, selectieve aanpassing
adapteren aanbrengen, aanpassen, bewerken, wennen
adat traditie
addenda aanhangsels, bijvoegsels, supplementen, toevoegingen, toevoegsels
addendum aanhangsel, aanvulling, appendix, bijlage, bijvoegsel, supplement
adderen bijtellen, optellen
addergebroed slangengebroed
addict verslaafde
additie aanvulling, bijlage, toelichting
additioneel aanvullend, bijgevoegd, bijkomend, toegevoegd
adel adeldom, adelstand, ridderstand
adelaar arend, duits teken, gevleugeld dier, heraldisch dier, papierformaat, sterrenbeeld
adeldom ad, adel, adelstand, edelen, ridderstand, ridderwezen
adellijk aristocratisch, edel
adelstand ad, adel, adeldom, edelen
adem ademhaling, ademtocht, inademing, inhalatie, lucht, snik
adembenemend boeiend, buitengewoon, meeslepend, mooi, opwindend, overweldigend
ademen ademhalen, fluisteren, inademen, uitademen
ademhalen ademen, inademen
ademhaling adem, ademtocht, inademing, inhalatie
ademhalingsorganen longen
ademloos heel, zeer
adempauze respijt
ademstilstand apneu, luchtweg
ademstoot zucht
ademtocht adem, ademhaling, inademing, inhalatie, snik
adept aanhanger, ingewijd, ingewijde, insider
adequaat aangepast, afdoend, bijpassend, gelijkwaardig, gepast, geschikt
ader bloedader, bloedvat, bron, nerf
aderlating verlies
aderverkalking arteriosclerose, kindsheid, slagaderverkalking
adhesie instemming, kleefkracht, vergroeiing
adieu afscheid, aju, ajuus, vaarwel
adjectivisch bijvoeglijk, bijvoegsel
adjudant ordonnansofficier
adjunct ambtenaar, assisterende ambtenaar, gevoegd bij, helper, loco, onder
administrateur ambtenaar, beheer, beheerder, boekhouder, intendant, referendaris
administratie beheer
administratiekosten leges, onkosten voor administratie
administratrice boekhouder
administreren beheren, besturen, toedienen
adolescent jongeman, jongen, jongere, jongmens
adolescenten jongeren
adonis schone jongeling
adopteren aannemen, aanneming, aanvaarden, adoptie, op zich nemen
adoptie aanneming, adopteren
adoratie aanbidding, bewondering, hoogste verering, innige verering, verering
adoreren aanbidden, verafgoden, vereren
adres adressering, petitie, postadres, tehuis
adresband banderol, wikkel
adresboek adresgids, alfabetische adressenlijst, lijst van persoonsgegevens, naslagwerk, telefoonklapper
adresgids adresboek
adressering adres
adresstrook banderol, label
adsorptie ophoping
adstringerend samentrekkend
adstrueren bewijzen
adult volwassene
advertentie aankondiging, adverteren, annonce, annonceren
advertentiebureau reclamebureau
adverteren aankondigen, aankondiging, aantrekken, advertentie, annonce, annonceren
advies aanbeveling, bericht, raad, raad en daad, raadgeving
adviesbureau consultatiebureau
adviescollege raad, raadgevend lichaam
adviescommissie stuurgroep
adviesraad raad
adviseren aanbevelen, aanprijzen, aanraden, iets aanraden, ingeven, raden
adviserend raadgevend
adviseur consulent, deskundige, raadgever, raadsman
advocaat jurist, pleitbezorger, pleiter, raadsman, verdediger
af afgedaan, afgelopen, beëindigd
af en toe incidenteel, soms
afasie spraakstoornis
afbakenen afbakening, afgrenzen, afpalen, afzetten, begrenzen, betonnen
afbakening afbakenen, afpalen, bepaling, demarcatie, omlijning
afbedelen afsmeken, aftroggelen
afbeelden afbeelding, beeld, portret, portretteren, prent, scene
afbeelding afbeelden, afbeeldsel, beeld, portret, prent, scene
afbeeldsel afbeelding, afgietsel, afzetsel, beeltenis
afbekken afblaffen, afkatten, afsnauwen, snauwen, toebijten, toesnauwen
afbellen afzeggen
afbestellen afgelasten, afzeggen, annuleren, intrekken, nietig verklaren
afbetalen aflossen, afrekenen, delgen, vereffenen, verrekenen
afbetalingsregeling krediet
afbetten betten, bevochtigen, deppen
afbeulen aanpoten, afjakkeren, afsloven, buffelen, hard werken, martelen
afbiezen afzetten
afbikken afsteken, bikken
afbinden afdoen, afsnoeren
afblaffen afbekken, afsnauwen, snauwen, toebijten, toesnauwen
afblazen affluiten, afgelasten, afzeggen, wegblazen
afboeken afschrijven, boeken, overboeken, uitboeken
afboeking afschrijving
afboenen afschrobben, boenen, schoonboenen, schrobben
afbouw afbraak, afwerking, relatie afbouw, voltooiing
afbouwen afwerken, beëindigen, geleidelijk verminderen, ontmantelen, volbouwen, voltooien
afbraak degradatie, ontmanteling, puin, sloop
afbranden platbranden, uitbranden, verbranden, wegbranden
afbreken afkammen, afknappen, afkraken, beëindigen, breken, doen ophouden
afbrengen afleiden, afpraten
afbreuk benadeling, kwaad, schade, verlies
afbreuk doen aan benadelen, schaden
afbrokkelen afkalven
afbuiging buiging, deflexie
afdak luifel, markies, zonnescherm
afdalen afgaan, afstappen, afstijgen, dalen, landen, neerdalen
afdaling daling, landing
afdammen afsluiten, indammen, tegengaan
afdanken afschaffen, afvloeien, ecarteren, ontslaan, opruimen, wegdoen
afdekkap dak, kap, koep, koepel, overdekking, overkapping
afdekken afruimen, afschermen, afschutten, bedekken, beschermen, beschutten
afdekkingen bedekkingen
afdeling departement, detachement, dienst, divisie, sectie, tak
afdelingen departementen
afdelingschef afdelingshoofd, chef
afdelingschefs afdelingshoofden
afdelingshoofd afdelingschef, chef, klassementsleider
afdelingshoofden afdelingschefs
afdichten dichten
afdingen afknibbelen, afpingelen, dingen, geritsel, gesjacher, handjeklap
afdoen aanhouden, afbinden, afhandelen, afleggen, afmaken, afzetten
afdoend adequaat, beslissend, genoegzaam, klemmend, overtuigend
afdoening afhandeling, betaling
afdraaien afhouden, afkeren, afslaan, afwenden, afzwenken, draaien
afdracht storting
afdragen afslijten, kleding afdragen, overdragen, overdragen aan, slijten, verslijten
afdrijven aborteren, wraken
afdrinken beëindigen
afdrogen afrossen, aftuigen, afvegen, afwissen, drogen, droogmaken
afdruipen afdruppelen, droppen, druipen, druppelen, druppels laten vallen, druppen
afdruk afbeelding, print
afdrukeenheid printer
afdrukken drukken, trekker overhalen, uitdraaien, vuren
afdruppelen afdruipen, uitdruipen, uitdruppelen, uitlekken
afdwalen afdwaling, dwaling, suffen, uitweiden
afdwaling afdwalen, afwijking, dwaling, mateloosheid, overdrijving, uitbuiging
afdwingen aftroggelen, dwingen, forceren, ontwringen
affaire aangelegenheid, avontuurtje, geval, kwestie, liaison, liefdesrelatie
affaires aangelegenheden, zaken
affectie aandoening, aanhankelijkheid, gehechtheid, genegenheid, verknochtheid
affiche aanplakbiljet, biljet, plakkaat, poster, reclamebiljet, reproductie
affiniteit aantrekkingskracht, sympathie, verwantschap
affirmatie bevestiging
affirmeren beamen, bekrachtigen, bevestigen, bewaarheiden, confirmeren, verzekeren
affluiten afblazen, wedstrijd beëindigen
affreus afgrijselijk, afschuwelijk, afstotend, afstotend lelijk, akelig, eng
afgaan afdalen, afstappen, bezoeken, blunderen, falen, floppen
afgaan op zich baseren op
afgang berm, blamage, deconfiture, dijkhelling, echec, fiasco
afgebeten snijdend
afgebrand blut, platzak, uitgeblust, verbrand
afgebroken gesloopt, vernield
afgedaan af, afgehandeld, afgelopen, geëindigd
afgedankt uitgediend
afgedankte afgekeurde, gehandicapte
afgedekt bedekt
afgedicht gedicht
afgedraaid afgemat, doodmoe, uitgeput
afgedragen afgeleefd, afgetrapt, oud, versleten, vervallen
afgedroogd afgeranseld, afgerost
afgedropen afgedruppeld
afgedrukt gedrukt, geprint
afgedruppeld afgedropen
afgehandeld afgedaan, klaar
afgekeken afgeschreven, afgezien, gespiekt, overgeschreven
afgekeurde afgedankte, arbeidsongeschikte, gehandicapt, gehandicapte
afgeladen overvol, propvol, stampvol, vol
afgelasten afbestellen, afblazen, afzeggen, annuleren, intrekken, nietig verklaren
afgeleefd afgedragen, afgetrapt, krachteloos, oud, versleten, vervallen
afgelegen achteraf, afgezonderd, onherbergzaam, ver, verafgelegen
afgeleid afkomstig
afgelopen af, afgedaan, basta, beëindigd, gedaan, geëindigd
afgemat afgepeigerd, doodmoe, doodop, hondsmoe, op
afgemeten afgepast, deftig, opgemeten
afgemeten praten stijf
afgepast afgemeten, precies op maat, stijfjes, van juiste maat
afgepeigerd afgedraaid, uitgeput
afgeranseld afgedroogd, afgerost, toegetakeld
afgereisd bereisd
afgerond afgesloten, gecompleteerd, rond
afgerost afgedroogd, afgeranseld
afgeschermd beschut
afgeschreven afgekeken, afgezien, gespiekt, overgeschreven
afgesleten kaal
afgesloofd afgemat, uitgeput
afgesloten besloten, dicht, gesloten, sluitend, toe
afgesproken afspreken, beloofde, overeenkomen, regelen
afgesproken ontmoeting afspraak, liaison
afgestompt achterlijk, bot, dom, geesteloos, hersenloos, idioot
afgestorven dood, doodgegaan, gestorven, heengegaan, overleden
afgestudeerd afstuderen, uitgestudeerd
afgestudeerde examenkandidaat, gegradueerde
afgetakeld aftands, seniel, versleten
afgetobd afgepeigerd
afgetrapt afgedragen, afgeleefd, oud, versleten, vervallen
afgetrokken abstract, bleek, bleekjes, flauw, in gedachten verdiept, verdiept in gedachten
afgevaardigde afgezant, gecommitteerde, gedelegeerde, gedeputeerde, gemachtigde, gezant
afgeven aangeven, aanreiken, afkammen, afleveren, aflevering, afstaan
afgeven op afkraken, beschimpen
afgewogen afgemeten, doordacht, genuanceerd, zorgvuldig gekozen
afgezaagd alledaags, banaal, eentonig, ellendig, flauw, gewoontjes
afgezant afgevaardigde, gezant, vertegenwoordiger
afgezanten ambassadeurs
afgezet bekocht, geflest, getild, neergeslagen
afgezien afgekeken, afgeschreven, gespiekt, overgeschreven
afgezonderd afzonderlijk, alleenstaand, apart, bedeesd, bijzonder, desolaat
afgezwaaid uitgediend
afgietsel gietsel, replica, vorm
afglijden aftakelen, afzakken, eraf glijden, inzinken, naar beneden glijden, omlaag glijden
afgod afgodsbeeld, idool
afgodisch dwepend, idolaat
afgodsbeeld afgod, god, idool
afgooien afdoen, afwerpen
afgraven afgraving
afgraving afgraven, bouwput, zanderij, zandgroeve
afgrazen grazen, weiden
afgrendelen afschermen, afsluiten, borgen, dichtdoen, dichtmaken, grendelen
afgrenzen afbakenen, begrenzen, demarqueren
afgrijzen afkeer, gruwen, walging, weerzin
afgrond diepte, gaping, kloof, ravijn
afgronden ravijnen
afgunst jaloersheid, jaloezie, kif, kinnesinne, nijd
afgunstig jaloers, nijdig
afgutsen afdruipen
afhaken afkoppeling, afvallen, afzeggen, afzien van, eindigen, kappen
afhakken afhouwen, afkappen, afsteken, hakken, houwen
afhalen afnemen, afstropen, afzetten, bijeenbrengen, buslichting, halen
afhalen en meenemen ophalen, oppikken
afhandelen afdoen, afwerken, beslechten
afhandeling afdoening, behandeling
afhangen hangen, neervallen
afhankelijk horig, ondergeschikt, onderschikkend, onzelfstandig
afhankelijkheid gewenning, knechtschap, verslaafdheid, verslaving
afhechten naaien
afhelpen bevrijden, loslaten, verlossen, vrijlaten, vrijmaken
afhouden aftrekken, beletten, ervanaf houden, in mindering brengen, inhouden, terughouden
afhouwen afhakken, afkappen, afslaan
afhuren charteren, helemaal huren
afjakkeren afbeulen, afraffelen, afsloven, ploeteren, sappelen, sloven
afkalven afbrokkelen, afslaan
afkammen afbreken, afkraken, bekritiseren, katten, kraken, neerhalen
afkappen afhakken, afhouwen, beëindigen
afkatten afbekken, afkraken, afsnauwen
afkeer afschuw, antipathie, aversie, haat, hek, onverenigbaarheid
afkeren afdraaien, afwenden, afweren, pareren
afkerig ongenegen, onwillig, wars
afkerig van vijandig
afkerigheid afschuw
afketsen afspringen, afstemmen, afstuiten, afweren, afwijzen, terugkaatsen
afkeuren afbreken, afstemmen, afwijzen, ongeschikt verklaren, veroordelen, verwerpen
afkeurend afwijzend, scheef
afkeurenswaardig abject, laakbaar, verwerpelijk
afkeuring afwijzing, berisping, terugwijzing, verwerping, verworpenheid, weigering
afkickcentrum afkickkliniek
afkickkliniek afkickcentrum
afkijken overschrijven, spieken
afklemmen afknellen, afknijpen, afnijpen
afklimmen afstijgen
afkloppen afrossen, afslaan, afzweren, bezweren, bijgelovig gebruik, onheil bezweren
afknallen afschieten, doodschieten, fusilleren
afknappen afbreken, inklappen
afknapper ontgoocheling
afknellen afklemmen, afknijpen, toeknijpen
afknibbelen afdingen
afknijpen afklemmen, afknellen, kwellen
afknippen couperen, knippen, scheren, snoeien
afkoelen bekoelen, koel worden, koelen, verkillen, verkoelen
afkoeling verkoeling
afkomst afstamming, herkomst, komaf, origine
afkomstig afgeleid, geboortig, gemaakt
afkomstig zijn afstammen, ontspruiten, spruiten, stammen, voortkomen
afkondigen aflezen, afroepen, bedekken, behangen, bekend maken, bekendmaken
afkondiging aankondiging, bekendmaking, decreet, kennisgeving, mededeling, melding
afkooksel aftreksel, extract, saus, treksel van koken, uittreksel
afkoop afkopen, inlossing, vrijkoop, vrijkoping
afkoopsom losgeld, losprijs, rantsoen, uitkoop
afkopen afkoop, lossen, schadeloosstellen, terugbetalen, tevredenstellen, vergoeden
afkoppelen loskoppelen, losmaken
afkoppeling afhaken, ontkoppeling
afkorten aftippen, bekorten, kleiner maken, ten dele schrijven, verkort schrijven
afkorting abbreviatie
afkrabben schraapsel, schrapen, schrappen
afkraken afbreken, katten, kraken, kritiseren, veroordelen
afkrijgen afmaken, afronden, afwerken, beëindigen, completeren, klaarkrijgen
afkunnen aankunnen, kunnen afmaken, kunnen voltooien
afladen iets uitladen, lossen, ontladen, uitladen
aflandig zeewaarts
aflappen afvegen, zemen
aflaten ophouden
afleggen aanhouden, afdoen, aflopen, afzetten, bezwijken, doen
afleiden afbrengen, concluderen, construeren, deduceren, uitleggen
afleiden uit begrijpen uit
afleidend verstrooiend
afleiding afleidingsmanoeuvre, amusement, derivatie, distractie, ontspanning, ontvreemding
afleidingsmanoeuvre afleiding
afleren afwennen, ontwennen
afleveren aanleveren, afgeven, aflevering, bestellen, bezorgen, brengen
aflevering afgeven, afleveren, afstaan, editie, episode, leverantie
aflezen afkondigen, afroepen, afzien, bekendmaken, openbaar maken, oplezen
aflikken likken
afloop besluit, einde, resultaat, slot, uitkomst
aflopen aanbelanden, aankomen, aanlanden, afgaan, afleggen, afreizen
aflopend eindigend, flauw hellend, glooiend, neergaand
aflossen afbetalen, inlossen, inspringen, remplaceren, vernieuwen, vervangen
aflossing aflossingsbedrag
aflossingsbedrag aflossing, wisselgeld
afluisteren luisteren, luistervinken
afmaken afdoen, afkraken, afkrijgen, afronden, afschieten, afslachten
afmars aftocht
afmatten moe maken, slopen, uitputten, vermoeien
afmattend drukkend, uitputtend, vermoeiend
afmatting moeheid, uitputting, vermoeidheid
afmelding afschrijving
afmeren aanleggen, aanmeren, meren, vastbinden, vastleggen, vastmaken
afmeten afmeting, afpassen, beoordelen, bepalen, meten
afmeting afmeten, afpassen, breedte, dimensie, formaat, grootte
afmeting van bodemoppervlak bodemoppervlak
afmeting van omlijning omtrek
afname aankoop, aanschaf, acquisitie, afzet, daling, koop
afneembaar demontabel, demonteerbaar, wegneembaar
afnemen aankopen, aanschaffen, achteruitgaan, afdoen, afhalen, afhandig maken
afnemend achteruitgaand, slinkend, tanend, vervallend
afnemer cliënt, klant, koper
afneming verlies, verval
afnokken aftaaien, ophouden
aforisme kernachtig gezegde, kernspreuk, sententie, zinspreuk
afpakken afladen, afnemen, aftroggelen, bietsen, gappen, grissen
afpalen afbakenen, afbakening, afzetten, begrenzen, omlijnen
afpassen afmeten, afmeting, meten
afpeigeren afjakkeren, uitputten
afpellen doppen
afperken begrenzen
afpersen aftroggelen, chanteren
afperser uitzuiger
afpersing chantage
afpijnigen martelen, uitputten
afpingelen afdingen, marchanderen, onderhandelen, pingelen, sjacheren
afplatten effenen, platmaken, platter maken
afplukken plukken
afprijzen reduceren, verlagen, verminderen
afraden ontraden
afraffelen afjakkeren, aframmelen, overhaast maken, slordig werken
aframmelen afraffelen, afrossen, aftuigen, in elkaar rammen, in elkaar timmeren, toetakelen
aframmeling afrossing, slaag
afranselen afdrogen, aframmelen, afrossen, aftuigen, iemand toetakelen, in elkaar slaan
afranseling afrossen, pak rammel
afrasteren afzetten, omheinen
afrastering afscheiding, afscherming, begrenzing, hek, hekwerk, omheining
afreageren luchten, ontladen, zich ontladen
afregelen ijken, ingesteld, instellen, scherp instellen
afreis vertrek
afreizen aflopen, doortrekken, heengaan, opstappen, rondlopen, smeren
afrekenen afbetalen, afdoen, afrekening, betalen, dokken, vereffenen
afrekening afrekenen, liquidatie, rekening, vereffening, verrekening
afremmen afzwakken, remmen, stoppen
africhten africhting, dier africhten, dresseren, trainen
africhting africhten, oefening, opleiding, scholing
afrijden afmatten, afrossen, dresseren, rijexamen afleggen
afrit afslag, vertrek
afro neger
afroepen afkondigen, aflezen, bekend maken, bekendmaken, namen afroepen, omroepen
afroeping opvraging, terugroeping
afrollen afwikkelen, afwinden, ontrollen, uitrollen
afromen afschuimen, afspanen, bewerking van melk, ontromen, ontvetten, romen
afronden afkrijgen, afmaken, afwerken, beëindigen, completeren, klaarkrijgen
afronding completering
afrossen afdrogen, aframmelen, aftuigen, in elkaar rammen, in elkaar timmeren, roskammen
afrossing aframmeling, pak slaag, ransel
afruimen afdekken, afnemen, opruimen
afrukken afscheuren, aftrekken, losrukken, onaneren
afsabbelen afzabbelen, lurken aan
afsabberen afzabberen
afschaffen afbouwen, afdanken, elimineren, ontslaan, opdoeken, uitmaken
afschaffing geheelonthouding, intrekking, opheffing
afschaven frezen
afscheid adieu, aju, ajuus, scheiding, uitgeleide, vaarwel
afscheiden afsplitsen, afvoeren, afzonderen, isoleren, lozen, produceren
afscheiding afrastering, afsplitsing, afzondering, beschot, hek, hekwerk
afscheidingen schotten, tussenschotten
afscheidsmaal galgenmaal
afschepen afwimpelen, wegsturen
afschepen met afpoeieren
afschermen afdekken, afgrendelen, afschutten, afsluiten, beschermen, beschutten
afscherming afrastering, begrenzing, scherm
afscheuren afrukken, roppen
afschieten afknallen, afmaken, afscheiden, afvuren, doodschieten, fusilleren
afschilderen afbeelden, beschrijven, doen lijken, karakteriseren, omschrijven, schetsen
afschilferen schilferen
afschilfering afbladdering
afschillen aftrekken, slijten, splijten
afschrift doorslag, kopie, transcriptie
afschrijven afboeken, afzeggen, kopiëren, opgeven, spieken, weigeren
afschrijving afboeking, afmelding, afwaardering, ontwaarding, waardevermindering
afschrikken bang maken, intimideren, verjagen, verschrikken
afschrikwekkend afschuwelijk, afschuwwekkend, angstwekkend, beangstigend, monsterachtig, monsterlijk
afschrobben afboenen, boenen, schoonboenen, schrobben
afschroeven losschroeven
afschudden afwerpen
afschuimen afromen, afspanen, afstropen, ontvetten
afschuiven betalen, opschepen, verschuiven, wegschuiven
afschuiven op afwentelen op
afschutten afdekken, afschermen, beschermen, beschutten
afschuw afgrijzen, walging
afschuwelijk abominabel, afgrijselijk, afkeurenswaardig, afschrikwekkend, afschuwwekkend, afstotelijk
afschuwelijk weer hondenweer, pokkenweer
afschuwwekkend afschrikwekkend, afschuwelijk, horribel, monsterlijk
afslaan afkalven, afkloppen, afwijken, afwijzen, afwimpelen, bedanken
afslachten afmaken, afslachting, doden, moorden, ombrengen, slachten
afslachting afmaken, afslachten, bloedbad, moordpartij, slachting, slachtpartij
afslag afrit, auctie, mijn, veiling, vendu, vendutie
afslager auctionaris, veiler, veilingmeester, vendumeester
afslagers veilingmeesters, vendumeesters
afslanken afvallen, inkrimpen, uitmergelen, vermageren, vermagering
afslenteren afstruinen
afslijpen eroderen
afslijten afdragen, slijten
afsloven afbeulen, afjakkeren, ploeteren, sappelen, sloven, zwoegen
afsluitboom barrière, klink
afsluitdijk dam, oeververbinding, waterkering
afsluiten aangaan, afdammen, afgrendelen, afsluiting, afzonderen, beëindigen
afsluitend concluderend, stoppend
afsluiter tap
afsluiting afsluiten, afzetting, barricade, dichtmaken, hek, isolatie
afsluitingen conclusies, einden, slotbeschouwingen, slotsommen
afsluitkraan kraan, taptoe
afsluitpremie afsluitprovisie
afsluitprovisie afsluitpremie
afsmeken afbedelen, aftroggelen
afsmijten afwerpen
afsnauwen afbekken, afblaffen, snauwen, toebijten, toesnauwen, uitvallen tegen
afsnijden couperen, doorsnijden, snijden, versperren
afsnijding inkorting, vermindering, verschansing, weglating
afsnoeren afbinden
afspanen afromen, afschuimen
afspatten afspringen, afvliegen
afspelen afdraaien, gebeuren
afspeuren uitkammen
afspiegelen weerspiegelen
afspiegeling afstraling, beeld, overeenstemming, schaduw, spiegel, weergave
afsplijten afsplitsen, afsplitsing
afsplitsen afscheiden, afsplijten, afsplitsing, afzonderen, isoleren, scheiden
afsplitsing afscheiding, afsplijten, afsplitsen, separatie, tak
afspoelen gorgelen, schoonmaken, spoelen
afspraak afgesproken ontmoeting, afspraakje, akkoord, liaison, overeenkomst, regeling
afspraakje afspraak, date, geplande ontmoeting, rendez-vous
afspreken accorderen, afgesproken, arrangeren, bedisselen, beslissen, elkaar ontmoeten
afspringen afketsen, afspatten, afvliegen, loslaten, naar beneden springen, opspringen
afstaan afgeven, aflevering, afstand doen van, geven, laten, offeren
afstammeling loot, nakomeling, spruit, telg
afstammelingen nakomelingen, telgen
afstammen afkomstig zijn, ontspruiten, ontspruiten aan, spruiten, stammen, voortkomen
afstamming afkomst, herkomst, kindschap, komaf, origine, tak
afstand baan, baanvak, distantie, eind, eindpunt, etappe
afstandelijk koel, koud, terughoudend
afstandelijkheid gereserveerdheid, kilte, koelheid, koelte
afstandsbediening afstandsbesturing, elektronische bediening
afstandsbesturing afstandsbediening
afstandsrit inval, verrijden
afstappen afdalen, afzien, afzien van
afsteken afbikken, aftekenen, afvaren, contrasteren, houden, opvallen
afstelbaar regelbaar, verstelbaar
afstellen afstemmen, bijstellen, configureren, inregelen, instellen, opgeven
afstelling afstemmen, afstemming, instelling, scherpstelling
afstemknop regelaar, regelknop, regulateur, regulator
afstemmen aanpassen, afketsen, afkeuren, afstellen, afstelling, afstemming
afstemmen op toesnijden op
afstemming afstelling, afstemmen, opsporing
afstempelen stempel opdrukken, stempelen
afstempeling uitwissing
afsterven afvallen, doodgaan, ophouden, slijten, sterven, tenietgaan
afstevenen afgaan
afstevenen op aansturen op, afgaan op
afstijgen afdalen, afklimmen, afstappen
afstoffen afnemen, afwissen, stoffen
afstomen afweken, losweken, naderen
afstomen op aansturen op
afstompen demoraliseren, vervlakken
afstompend eentonig, geestdodend, saai, stom, suf
afstoppen blokkeren, stoppen
afstormen bestormen
afstorten neerstorten
afstotelijk afschuwelijk, afstotend, misselijkmakend, walgelijk, weerzinwekkend
afstotelijk voor zintuigen lelijk
afstoten afdanken, afkerig maken, afketsen, afwerpen, afwijzen, eraf duwen
afstotend afkeerwekkend, afschuwelijk, afstotelijk, afwerend, lelijk, misselijkmakend
afstotend voor zintuigen afschuwelijk, lelijk, weerzinwekkend
afstraffen bestraffen, straffen, uitfoeteren
afstraffing beschieten, beschieting, bombardement, bombarderen, hard, meedogenloos
afstralen uitstralen
afstraling afspiegeling, glans
afstrepen schrappen, turven
afstrippen afstropen
afstropen afhalen, aflopen, afstrippen, afzoeken, geheel doorzoeken, stropen
afstudeerrichting studierichting
afstuderen afgestudeerd
afstuiten afketsen, afspringen, afstoten, terugkaatsen
aftakelen achteruitgaan, afglijden, afzakken, inzinken, vervallen, verzwakken
aftakeling neergang, slijtage, verval
aftakken vertakken
aftakking splitsing, tak, vertakking
aftands afgeleefd, afgetakeld, aftakelend, door ouderdom versleten, erg verzwakt, gammel
aftappen afnemen, tappen
aftasten bevoelen, onderzoeken, peilen, tasten, verkennen, voelen
aftekenen contrasteren, opdoemen, paraferen
aftekening initialen, parafering, tekening
aftellen aftelling, aftelling voor lancering, geld afpassen, passen
aftelling aftellen
aftelling voor lancering aftellen
aftocht afmars, vertrek
aftreden abdiceren, abdiqueren, bedanken, ontslag nemen, terugtrekken, uittreden
aftrek aftrekking, bejaardenaftrek, deductie, vermindering
aftrekken afhouden, afschillen, aftrekking, distilleren, in mindering brengen, inhouden
aftrekking aftrek, aftrekken, deductie, vermindering
aftreksel afkooksel, doordringen, infusie, inprenten
aftroeven overtroeven
aftroggelen afbedelen, afbietsen, afpakken, afsmeken, aftruggelen, bietsen
aftruggelen aftroggelen
aftuigen afdrogen, aframmelen, afrossen, aftakelen, in elkaar timmeren, onttakelen
afvaardigen delegeren, deputeren
afvaardiging delegatie, deputatie, volmacht
afvaart afvaren, uitvaren
afval afwerpen, brokstukken, drek, grofvuil, helling, huisafval
afvalhoop belt, vuilnisbelt, vuilnisberg, vuilnishoop, vuilstortplaats
afvallen afhaken, afslanken, afzeggen, afzien van, benadelen, duperen
afvallig deloyaal, ketter, ketters, trouweloos
afvallige apostaat, dwaalgeest, geloofsverzaker
afvalligheid desertie, verlating
afvalmateriaal afvalstof
afvalmaterialen afvalstoffen
afvalproduct afvalstof, dieetmargarine of lijnolie, lijnkoek
afvalstof afvalmateriaal, afvalproduct, dieetproduct, radioactief vermageringsmiddel
afvalstoffen afvalmaterialen
afvalwater rioolwater, verontreinigd water
afvangen onderscheppen, ondervangen, onderweg opvangen, opvangen
afvaren afsteken, afvaart, uitvaren, van wal gaan, wegvaren
afvaren op aansturen op
afvegen afdrogen, aflappen, afwenden, afwissen, reinigen, vegen
afvinken aankruisen, aanstrepen, met v-teken markeren
afvliegen afspatten, afspringen, opstijgen, wegvliegen
afvloeien afdanken, wegstromen, wegvloeien
afvloeiing drainering
afvoer afwatering, overbrenging, transport, verplaatsing, verscheping, vervoer
afvoerbuis regenpijp, riool, spui
afvoerbuizen riolen
afvoeren afscheiden, doen wegvloeien, lozen, meedragen, uitscheiden, uitstoten
afvoerkanaal afwateringskanaal, boezem, riolering, riool
afvoerput put
afvragen verwonderen
afvuren afschieten, lanceren, schieten, vuren
afwaarderen devalueren
afwaardering afschrijving, ontwaarding, waardevermindering
afwachten aankijken, wachten
afwachting hoop, verwachting
afwas vaat
afwasbaar wasbaar
afwasbak spoelbak
afwasmachine vaatwasmachine, vaatwasser
afwasmiddel vaatwasmiddel
allerbelangrijkst a priori
altijd steeds, telkens, voortdurend, constant, continu, aldoor
antwoorden reageren, beantwoorden, terugschrijven, terugmailen, repliceren, zeggen
appendix aanhangsel, aanvulling, addendum, bijlage, bijvoegsel, supplement
arm behoeftig, armoedig, minvermogend, berooid, blut, platzak
arriveren aanbelanden, aankomen, aankomende, aanlanden, aflopen, eindigen
astma aamborstigheid, cara, kortademigheid, kwaal, longaandoening, longkwaal
attaqueren aangrijpen, aantasten, aanvallen, bestormen, overvallen, tackelen
attent aangenaam, aardig, alert, behulpzaam, galant, goedaardig
attentie aandacht, aardigheidje, oplettendheid, oppassen, uitkijken
auto wagen, voertuig, personenauto, automobiel, bak, kar
abcdefghijklmnopqrstuvwxyz