Woordschuur › Woorden A-Z › G
Synoniemen met de letter G
Hieronder staan alle 240 woorden met de letter G, met de eerste synoniemen erachter. Klik op een woord om alle synoniemen te zien.
ga weggaan
gaaf cool, fabelachtig, fantastisch, geweldig, hartstikke leuk, heel
gaan vertrekken, weggaan, lopen, rijden, reizen, zich begeven
gaan hangen uitzakken
gaan staan omhoogkomen, rijzen, verheffen
gaan zitten plaatsnemen
gaande aan de gang, aan de hand, actief, bezig, gebeurend, in beweging
gaanderij galerij, trans, zuilengang
gaandeweg allengs, beetje bij beetje, geleidelijk, langzamerhand, stapsgewijs
gaap geeuw, holhoornig dier, net van metaal, uiting van moeheid
gaar afgepeigerd, doorbakken, doorgekookt, gedaan, gereed, op
gaard hof, tuin
gaarne direct, graag, lief
gaas doorzichtige stof, ijzergaas
gaasje verband, verbandmiddel
gaat weggaan
gaatje gat, lek, prik, waterlek
gaatjes maken perforatie
gabber compagnon, gezel, handlanger, kameraad, kerel, kompaan
gade echtgenoot, eega, man, vrouw
gadeslaan aankijken, aanschouwen, bekijken, bewandelen, bijhouden, eerbiedigen
gadget modeartikel, nieuwtje, snufje
gaffel hooivork, riek, vork
gaffelvormig gevorkt
gage arbeidsloon, bezoldiging, honorarium, inkomen, loon, salaris
gajes geboefte, geteisem, schorem, slecht volk, tuig, uitschot
gal wrok
gala avondtoilet, bal, galabal, groot bal, hofbal
gala-avond feestavond
galabal bal, gala
galachtig bitter, verbitterd, zuur
galadiner banket, feestdiner, feestdis, feestmaal
galakostuum smoking
galant attent, beleefd, hoffelijk, ridderlijk, voorkomend
galanterie hoffelijkheid, wellevendheid
galei galeistraf, lang smal vaartuig, slavenleven
galeistraf galei, slavenleven
galerie kunstgalerie
galerij gaanderij, loggia, omgang, omloop, passage, trans
galg strop
galgenbrok boef, galgentronie, snaak
galgenmaal afscheidsmaal, laatste avondmaal
galgentronie boef, galgenbrok, snaak
gallicisme barbarisme
galm echo, klank, resonantie, weerklank
galmen brullen, echoën, naklinken, resoneren, schallen, weergalmen
galmend schallend, weerklinkend
galon bies, boordsel, omzoming, oplegsel, passement, tres
galop snelle gang
galvaniseren verzinken
gameet geslachtscel, kiemcel
gamma kleurenschaal, kleurenspectrum, ladder, octaaf, scala, spectrum
gammel bouwvallig, katterig, krakkemikkig, ruïneus, wankel, zwak
gang corridor, dagreis, doen en laten, doorgang, doorloop, evolutie
gangbaar algemeen erkend, courant, gebruikelijk, geldend, geldig, gemeen
gangbaarheid algemeenheid, gebruikelijkheid
gangetje slop
ganglion zenuwknoop
gangmaker animator, entertainer, motor, oppepper, pacemaker, stemmingmaker
gangmakers tunnelbouwers
gangpad doorgang, doorloop, gang, passage
gangreen koudvuur, necrose, weefselafsterving
gangster misdadiger
gans domoor, gansje, geheel, volledig
gansje gans, onnozel wicht
ganzebloem aster, margriet
ganzenveer pen
gapen aangapen, geeuwen, kijken, openstaan
gaperig geeuwerig, slaperig
gaping afgrond, hiaat, kloof, leemte
gappen achterhouden, achteroverdrukken, afnemen, afpakken, aftroggelen, benemen
garage autobedrijf, autogarage, autostalling, box, schuur, wagenschuur
garages autogarages
garanderen beloven, instaan voor, verzekeren, waarborgen
garant borger
garant staan instaan voor
garantie belofte, borg, cautie, garantiebewijs, gratis service, obligo
gard bundel twijgen, frans departement, keukengereedschap, keukengerei, ouderwets strafwerktuig, roe
garde corps, klopper, lijfwacht
garderobe klerenkast, outfit, vestiaire, voorraad kledingstukken
gardist strijder
gareel harnas, toom, tuig
garen draad, hechtdraad, rijgsnoer
garenklos klos
garnaal steurgarnaal
garneren afwerken, opmaken, opsmukken, versieren
garnering corsage, decor, decoratie, draperie, franje, opluistering
garneringen versieringen
garnituur stel
gas geven accelereren
gasbrander brander, gasstel, komfoor
gasbuis gasleiding
gasfitter fitter, installateur
gasgeiser geiser, warmwatertoestel
gashaard gaskachel, haard, kachel, verwarmingsapparaat, verwarmingstoestel
gashouder gasmeter, gasreservoir, reservoir
gaskachel gashaard, verwarming, verwarmingsapparaat, verwarmingsbron, verwarmingstoestel, warmtebron
gaslaan gadeslaan
gaslamp gaslantaarn, kampeer artikel, lichtbron, verlichting
gaslantaarn gaslamp, verlichting
gasleiding gasbuis
gasmeter gashouder, gasreservoir, geijkt apparaat, meettoestel, meettoestel voor gasverbruik, vluchtige afstand
gaspit gasbrander, gasstel, komfoor, pit
gasreservoir gashouder, gasmeter, gastank
gassen flink doorrijden, ontgassen
gasstel fornuis, gasbrander, gaspit, komfoor
gast bezoeker, eter, figuur, genodigde, gozer, habitué
gastarbeider buitenlandse werknemer, vreemdeling
gasten bezoek
gastenboek hotelregister
gastenkamer logeerkamer
gastenverblijf hospitium, onderkomen, tijdelijk onderkomen
gastheer presentator
gasthuis herberg, hospitaal, hospitium, logement, ziekenhuis
gastritis maagaandoening, maagontsteking, maagstoornis, ziekte
gastronomisch genotzuchtig
gastronoom fijnproever, smulpaap
gastvrij hartelijk
gastvrijheid hartelijkheid, warmte
gastvrouw herbergierster, hospita, presentator, waardin
gat aars, achterwerk, anus, barst, bres, buurtschap
gaten dichten stoppen
gaten stoppen dichten
gauw binnenkort, direct, dra, eerstdaags, gezwind, haastig
gauwigheid haast, handigheid, vlugheid
gave aanleg, begaafdheid, bekwaamheid, cadeau, capaciteit, knobbel
gazeuse prik
gazon grasperk, grasveld
ge belanghebbend, gij
geaardheid aard, gemoed, inborst, inslag, karakter, mentaliteit
geaarzel getreuzel, getwijfel
geabonneerde abonnee
geaccepteerd aangenomen, aanvaard, bekend, erkend, geacht, gewaardeerd
geaccrediteerd kredietwaardig
geacht befaamd, bekend, best, erkend, geaccepteerd, geëerd
geachte briefaanhef
geadopteerd aangenomen
geadresseerde bestemmeling, bestemming, ontvanger
geaffecteerd bekakt, dikdoenerig, gekunsteld, gemaakt, gewrongen, gezocht
geagiteerd levendig, nerveus, verhit
geallieerde bondgenoot, medestander
geanimeerd druk, energiek, gezellig druk, levendig, vief, vol fut
gearriveerd gezeten
gearticuleerd uitgesproken, verstaanbaar
geautomatiseerd computeriseren
geavanceerd gevorderd, hoogstaand, progressief, vergevorderd, vooruitstrevend
geavanceerde allernieuwste, laatste
gebaar beweging, daad, geste, handgebaar, lichaamsbeweging
gebaar na gebed kruis
gebabbel babbeltje, causerie, gekeuvel, geklets, gekout, gekwebbel
gebak banket, taart
gebakje taartje
gebakjes gebak
gebakkelei gehakketak, gekrakeel, geruzie, ruzie, woordentwist
gebakken bakken, gehecht, gevangenissen
gebakken lucht kouwe drukte
gebaren gesticuleren, mimen
gebarenkunst mimiek
gebarenspel mime, pantomime
gebarentaal doventaal, mimiek, spraak zonder woorden, taal voor doven, vingerspraak
gebarsten beschadigd, kapot, schraal, stuk
gebaseerd zijn berusten
gebazel gekkenpraat, geklets, geleuter, gelul, gewauwel, gezwam
gebed bede, bidden, godsdienstoefening, lof
gebedshuis bedehuis, godsgebouw, moskee
gebeente beenderen, botten, skelet
gebeier gelui, klokgelui
gebeiteld goed, muurvast
gebelgd boos, gekwetst, giftig, kwaad, misnoegd, nijdig
gebergte berggebied, bergketen
gebeuk gebonk, gebons, hevig gebons
gebeuren ervaring, geschieden, overkomen, passeren, plaats vinden, plaatsgrijpen
gebeurtenis aangelegenheid, belevenis, evenement, feit, gelegenheid, geval
gebeurtenissen incidenten, voorvallen
gebeuzel flauwekul, geleuter, gezwets, humbug, klets, kletskoek
gebied bouwterrein, domein, gewest, gord, gordel, gouw
gebieden bevelen, commanderen, decreteren, dicteren, eisen, gelasten
gebracht aangerukt
gebroken aan diggelen, aan scherven, aan stukken, afgepeigerd, defect, diep bedroefd
gebruiken benutten, hanteren, inzetten, toepassen, aanwenden, bezigen
gebruikmaking aanhaling, toepassing
geciteerd aangehaald
gedaagde aangeklaagde, beklaagde, beschuldigde, verdachte
gedaante aangezicht, aanzien, buitenkant, figuur, gelaat, gestalte
gedachtenis aandenken, herinnering, memorie, nagedachtenis, souvenir
gedeclareerde aangegeven, vermelde
gedijen aangroeien, aanwassen, aanwinnen, aanzwellen, bloeien, groeien
geëmotioneerd aangedaan, aangegrepen, aangeslagen, bewogen, gepassioneerd, geraakt
geërgerd aangebrand, geïrriteerd
gefingeerd aangenomen, bedacht, denkbeeldig, fictief, geveinsd, nagemaakt
gehavend aangeslagen, beschadigd, geschonden, gewond, onsamenhangend, toegetakeld
geïnstalleerd aangebracht
geïnteresseerd aandachtig, belangstellend
geïrriteerd aangebrand, geërgerd
gekleed aangekleed, opgetut, speciaal gekleed
gekoppeld aaneengehecht, aangevoegd, verbonden
gelaat aangezicht, aanzien, buitenkant, gedaante, gezicht, type
geld contanten, cash, middelen, vermogen, kapitaal, fondsen
gelijk aaneen, als, bijeen, dadelijk, direct, eender
gelijktijdig aaneen, bijeen, gelijk, ineen, samen, simultaan
gelovige aanhanger, belijder, christen, godsdienstig mens, godsdienstig persoon, religieus persoon
gelukkig blij, tevreden, vrolijk, voldaan, content, opgewekt
gemakkelijk aangenaam, blindelings, comfortabel, coulant, eenvoudig, fijn
genoeg voldoende, toereikend, zat, ruim voldoende, afdoende, volop
genoegen aangename, aannemelijkheid, aardigheid, content, drift, genot
geopend aangebroken, ontsloten, opengelegd, opengemaakt
gepast adequaat, afgepast, bekwaam, betamelijk, correct, geëigend
geprikkeld aangebrand, geërgerd, geïrriteerd
geraakt aangedaan, aangegrepen, aangeslagen, beledigd, geëmotioneerd
geriefelijk aangenaam, comfortabel, gemakkelijk, gezellig, makkelijk
geroerd aandoenlijk, aangedaan, aangegrepen, aangeslagen, bewogen, geëmotioneerd
gespot aanfluiting, bespotting, hoon, ironie, sarcasme, smaad
gestreel aai, aaiing, aanhalen, liefkozing, streling, vleien
getroffen aangedaan, aangegrepen, aangeschoten, aangeslagen, aangetast, geëmotioneerd
geval aangelegenheid, affaire, casus, ding, gebeurtenis, gelegenheid
geveinsd aangenomen, denkbeeldig, dubbelhartig, fictief, gefingeerd, gehuicheld
geven schenken, aanbieden, overhandigen, verstrekken, verlenen, doneren
gevoel emotie, gewaarwording, sensatie, indruk, intuïtie, vermoeden
gevoelig aangebrand, emotioneel, fijnbesnaard, fiks, gevoelvol, humeurig
gevoeligheid aandoenlijkheid, emotionaliteit, fijngevoeligheid, gevoel, hartelijkheid, innigheid
gevolg consequentie, resultaat, uitkomst, effect, uitvloeisel, afloop
geweldig fantastisch, prachtig, schitterend, formidabel, enorm, fenomenaal
gewond aangeslagen, geblesseerd, gehavend, gekwetst
gewoon normaal, doorsnee, alledaags, gebruikelijk, standaard, eenvoudig
gezellig knus, huiselijk, sfeervol, intiem, behaaglijk, aangenaam
gezicht aanblik, aangezicht, aanzien, blikveld, gelaat, kijk
gezond fit, kerngezond, vitaal, monter, kiplekker, in vorm
gier aalt, mest
goed uitstekend, prima, voortreffelijk, uitmuntend, degelijk, deugdelijk
goedaardig aangenaam, aardig, attent, behulpzaam, benigne, goedhartig
goedgekeurd aangenomen, aanvaard, erkend, geaccepteerd, toegestaan
goedhartig aangenaam, aardig, attent, behulpzaam, best, clement
goedkoop voordelig, spotgoedkoop, betaalbaar, budget, zuinig, laaggeprijsd
grijpen aangrijpen, aanklampen, aanpakken, aanrijden, arresteren, beetgrijpen
groei aangroei, aanvulling, aanwas, aanwinst, accres, bloei
groeien aangroeien, aanwassen, aanwinnen, aanzwellen, gedijen, groei
groot fors, omvangrijk, uitgestrekt, ruim, flink, lang
groter hoger, hogere, langer, meerder
groter worden aangroei, aangroeien, aanwas, aanwassen, aanwinst, aanzwellen
gunst aalmoes, dienst, genade, gratie, privilege, zegening