Woordschuur › Woorden A-Z › N
Synoniemen met de letter N
Hieronder staan alle 198 woorden met de letter N, met de eerste synoniemen erachter. Klik op een woord om alle synoniemen te zien.
n.b. nota bene
na achter, nadat
na dit hierop
na-apen nadoen
naad aanhechting, las, voeg
naaien afhechten, bedriegen, belazeren, borduren, doorstikken, nemen
naaigarnituur naaigerei
naaigerei naaigarnituur
naaispullen naaigerei
naaister coupeuse
naakt adamskostuum, bloot, kaal, naaktfiguur, onbekleed, onverbloemd
naaktcultuur nudisme, uitgeklede kunst
naaktfiguur naakt
naaktheid blootheid, dorheid
naaktloper naturist, nudist
naaktschilderij naakt, naaktfiguur, naaktstudie
naaktslak slak
naald breinaald, pin
naaldhak stiletto
naaldscherp haarscherp
naam bekendheid, benaming, bijnaam, faam, reputatie, roep
naamafroeping appel
naambordje naamplaatje
naamdag feest, feestdag, feestelijke datum, gedenkdag, naamfeest
naamdicht acrostichon
naamgenoot gelijkluidend
naamgeving nomenclatuur
naamkaartje visitekaartje
naamloos anoniem, ongenoemd, ongetekend, onnoemelijk, onuitsprekelijk, zonder naam
naamplaatje naambordje
naar afgaande op, akelig, bedenkelijk, beroerd, berustend op, blijkens
naar achter terug
naar achteren terug
naar beneden af, omlaag
naar beneden dalen afdalen, landen, neerkomen
naar beneden glijden afglijden, omlaag glijden
naar beneden komen afdalen, landen, neerkomen
naar beneden springen afspringen, eraf springen, springen
naar beneden storten neerstorten
naar beneden vallen vallen
naar binnen halen inhalen
naar binnen vallen invallen
naar binnen werken bikken, bunkeren, consumeren, eten, nuttigen, opeten
naar boven naar hogere verdieping, omhoog, op
naar boven brengen naar boven dragen, naar boven leiden, naar boven tillen, naar boven voeren, opwaarts dragen
naar boven dragen naar boven brengen, naar boven tillen
naar boven gaan omhooggaan
naar boven leiden naar boven brengen
naar boven tillen naar boven brengen, naar boven dragen, opwaarts dragen
naar boven trekken lichten
naar boven voeren naar boven brengen
naar buiten halen uithalen
naar buiten hangen uithangen
naar de knoppen aan stukken, gebroken, kapot, stuk
naar einde toewerken afsluiten
naar hogere verdieping naar boven
naar schatting ongeveer
naar toe naar, toe
naar verhouding relatief
naar voren brengen opperen, poneren, stellen, suggereren, ter sprake brengen, vertellen
naargeestig akelig, mistroostig, naar, somber, treurig, triest
naargelang naarmate
naarling etter, fielt, lampenpit, mispunt, rotzak, schoft
naarmate naargelang
naarstig actief, arbeidzaam, ijverig, nijver, verwoed, vlijtig
naarstigheid ijver, nijverheid, vlijt, werklust, werkzaamheid
naast aan, behalve, bezijden, bij, circa, dichtbij
naaste broeder, gelijke, medebroeder, medemens
naastenliefde aalmoes, charitas, liefdadigheid
naatje pet
nababbelen napraten
nabericht nawoord
nabespreken evalueren
nabespreking nazit
nabij aan, bij, circa, dichtbij, naast, nabijgelegen
nabijgelegen dichtbij, nabij, naburig, vlakbij
nabijheid buurt, dringendheid, gelijkheid, overeenkomst
nablijven achterblijven, schoolblijven
nabloeier epigoon, laatbloeiende tulp, laatbloeier
nabootsen falsificeren, imiteren, kopiëren, nadoen, namaken, navolgen
nabootsend nagebootst
nabootsing iemand nadoen, imitatie, namaak, navolging, nep, pastiche
nabouwen echoën, herhalen, napraten, nazeggen
naburig belendend, nabij, nabijgelegen, omliggend
nachtblindheid oogaandoening
nachtbraken boemelen, brassen, laat opblijven, sjouwen, slampampen, uitgaan
nachtclub nachtgelegenheid
nachtdienst nachtploeg
nachtgelegenheid nachtclub
nachtgewaad nachtgoed, nachtjapon
nachtgoed nachtgewaad, nachtjapon, nachtkleding
nachthemd nachtgoed, nachtjapon
nachtjapon babydoll, nachtgewaad, nachtgoed, nachthemd, pon
nachtkus kus, liefkozing
nachtlampje lichtje, nachtpit
nachtleger nachtverblijf
nachtmerrie angstdroom, schrikbeeld
nachtploeg nachtdienst, ploeg
nachtpon nachtjapon
nachtrust slaap
nachtuil nachtuil dierkunde
nachtuil dierkunde nachtuil
nachtverblijf logies, nachtleger
nada niets
nadagen herfst, laatste periode, late herfst
nadat achter, na
nadeel minpunt, keerzijde, schaduwkant, bezwaar, handicap, zwakte
nadeel berokkenen benadelen
nadeel toebrengen benadelen, duperen, schaden
nadelig kwalijk, ongunstig, onvoordelig
nadelig zijn kwaad doen, schaden
nadenken bedenken, beschouwen, bespiegelen, bezinnen, denken, overdenken
nadenkend bedachtzaam, correct, doordacht, ernstig, meditatief, mijmerend
nader beter, dichterbij, naderbij, uitgebreider
nader omschrijven preciseren
nader verklaren toelichten, uiteenzetten, uitleggen, verduidelijken
naderbij dichterbij, nader
nadere beschrijving omschrijving, uitbeelding
nadere uitleg toelichting
naderen aandienen, aankomen, aanvliegen, afgaan op, dichterbij komen, genaken
naderend dreigend
naderhand achteraf, daarna, dan, later, nadien, straks
nadering benadering
nadien daarna, later, naderhand
nadir voetpunt
nadoen imiteren, nabootsen, navolgen
nadragen aanrekenen, aanwrijven, berispen, beschuldigen, blameren, gispen
nadruk accent, gewicht, hoofdtoon, klem, klemtoon, zwaargewicht
nadrukkelijk dringend, expliciet, klemmend, krachtig, met klem, uitdrukkelijk
nafta aardolie, aardolieproduct, brandbare aardolie, brandbare olie, brandstof, gemeenschappelijke markt
nag spijker
nagaan achterhalen, bedenken, beschouwen, checken, controle, controleren
nagalm echo, naklank, resonantie, weerklank
nagebootst geïmiteerd, kunstmatig, nabootsend, nagemaakt, onecht
nagedachtenis aandenken, gedachtenis, herinnering, memorie
nagel klinknagel, spijker
nagelkaas kaas, kruidkaas, zuivelproduct
nagelnieuw fonkelnieuw, spiksplinternieuw, splinternieuw
nagemaakt gefingeerd, geïmiteerd, nagebootst, onecht, onwaar, vals
nagenoeg bijna, haast, min of meer, schier, vrijwel, welhaast
nagerecht dessert, toespijs, toetje
nageslacht broed, gebroed, kinderen, kroost, nakomelingen, nakomelingschap
nagestreefd gewenst
naïef argeloos, goedgelovig, onhandig, onnozel
naïveteit argeloosheid, goedgelovigheid, kinderlijkheid, lichtgelovigheid, naïviteit, onbedorvenheid
naïviteit goedgelovigheid, kinderlijkheid, lichtgelovigheid, naïveteit, onnozelheid, simpelheid
najaar herfst
najagen achternazitten, achtervolgen, ambiëren, aspireren, bedoelen, nastreven
najouwen naroepen
nakaarten napraten
naken naderen
nakijken checken, controleren, correctie, nagaan, nastaren, nazien
naklank resonantie
naklinken echoën, galmen, weerklinken
nakomeling afstammeling, kind, telg
nakomelingen afstammelingen, broed, gebroed, kinderen, kroost, nageslacht
nakomelingschap nageslacht
nakomen bewandelen, bijhouden, eerbiedigen, gadeslaan, gehoorzamen, in acht nemen
nalaten achterlaten, iemand iets nalaten, legateren, uitlaten, vererven, vermaken
nalatenschap boedel, erfenis, erfgoed, legaat
nalatig achteloos, onachtzaam
nalatigheid omissie, slordigheid, verzaking, verzuim
naleven bewandelen, bijhouden, eerbiedigen, gadeslaan, gehoorzamen, nakomen
naleveren achteraf leveren, later bezorgen, post bezorgen
naleving inschikkelijkheid, technische standaardisatie
nalezen overlezen
nalopen achternagaan, achternalopen, controleren, volgen
namaak imitatie, nabootsing, navolging, nep
namaken bijwerken, falsificeren, imiteren, kopiëren, nabootsen, nawerken
namaker imitator, vervalser
namelijk en wel, immers
namen afroepen afroepen, omroepen
namiddag middag
nap kom
napluizen nasnuffelen
napraten doorpraten na afloop, echoën, herhalen, nababbelen, nabauwen, nabouwen
nar dwaas, gek, grappenmaker, hansworst, hofnar, kwast
narcose anesthesie, verdoving
narcotica dope, drugs, verdovende middelen, verdovingsmiddelen
narcotiseren bedwelmen, onder narcose brengen, verdoven, wegmaken
narcotiseur anesthesist
nare bijtende
narede achterklap, epiloog, nawoord, roddelpraatjes, slotrede
narekenen controleren, natellen, natrekken
nat vochtig, klam, drijfnat, doornat, kletsnat, zeiknat
natuurdrift aandrift, instinct
natuurlijk vanzelfsprekend, vanzelf, logisch, zeker, allicht, onvermijdelijk
navolger aanhanger, epigoon, imitator, volgeling, volger
nazeggen aanbieden, doornemen, echoën, herhalen, indienen, nabouwen
neiging aandrang, aandrift, aanleg, aanvechting, achteruitgaand, drang
nemen pakken, grijpen, beetpakken, aannemen, accepteren, kopen
nieuw vers, recent, modern, fris, onbekend, ongebruikt
nodig noodzakelijk, vereist, benodigd, onmisbaar, onontbeerlijk, dringend
noemen aanduiden, aanspreken, benoemen, citeren, erbij zeggen, gewag maken van
nominatie benoeming, voordracht
nomineren aanbevelen, aanraden, voordragen
nooit nimmer, geen enkele keer, in geen geval, onder geen beding, nog nooit, nergens
normaal gewoon, gebruikelijk, standaard, regulier, doorsnee, alledaags