Woordschuur › Woorden A-Z › S
Synoniemen met de letter S
Hieronder staan alle 222 woorden met de letter S, met de eerste synoniemen erachter. Klik op een woord om alle synoniemen te zien.
s.v.p. alstublieft
saai vervelend, eentonig, langdradig, slaapverwekkend, oninteressant, duf
saaiheid eentonigheid, eenvormigheid, monotonie, uniformiteit, verveling
saamhorig eendrachtig, eensgezind, harmonieus, solidair
saamhorigheid eendrachtigheid, eensgezindheid, solidariteit, verbondenheid
saamhorigheidsgevoel solidariteit
sabbat sjabbes, zaterdag
sabbelen lurken, zabbelen, zuigen
sabberen zabberen
sabel slagwapen
sabotage tegenwerking
sachet klein zakje, zakje
sacristie consistorie
safe bewaarkluis, brandkast, kluis
safeloket safeloketten
safeloketten safeloket
safes brandkasten, kluizen
sage gerucht, legende, praatje
saillant frappant, opvallend, treffend
sake rijstwijn, saki
saki rijstwijn, sake
sakser saksisch
saksisch sakser
salariëren belonen, betalen, bezoldigen, honoreren
salaris arbeidsinkomen, arbeidsloon, bezoldiging, gage, honorarium, inkomen
salarisgroep salarisschaal
salarisschaal salarisgroep, weddeschaal
salarisverhoging loonsverbetering, loonsverhoging, opslag
salarisverlaging verlaging
saletjonker salonheld
saline zouthoudend
salon hal, ontvangkamer, ontvangstruimte, receptiekamer, zitkamer
salonheld saletjonker
salonrijtuig salonwagen
salonwagen salonrijtuig, woonwagen
salueren gegroet, groeten
saluut begroeting, groet, militaire groet, welkomstgroet
samen aaneen, algemeen, bij elkaar, bijeen, collectief, gelijk
samenbinden aan elkaar binden, aaneenbinden, verbinden
samenbrengen bijeenbrengen, concentreren
samendoen samenwerken
samendrukken comprimeren, samenpersen
samengaan fuseren
samengaand inherent
samengedrongen bondig, compact
samengegroeid concreet
samengesteld geheel bouw, constructie, opbouw, opbouwen, samenstelling
samengevoegd bijeengevoegd, conjunct, gecombineerd
samenhang aansluiting, band, connectie, correlatie, liaison, link
samenhangen contexten, verbanden
samenhangend aaneengesloten, coherent, verbonden, verenigd
samenklank harmonie
samenklontering aggregatie
samenknopen knopen
samenkomen afspreken, bij elkaar komen, bijeen komen, bijeenkomen, bijkomen, elkaar ontmoeten
samenkomst beraadslaging, bijeenkomst, conferentie, manifestatie, oploopje, overleg
samenkomsten bijeenkomsten
samenkoppelen koppelen, verbinden
samenkrimpen samentrekken
samenleven samenwonen
samenleving maatschappij
samenlopen samenvallen
samenpakken samenrapen
samenpersen comprimeren, samendrukken
samenraapsel allegaartje, mengelmoes, mengsel, ongeregelde troep, ratjetoe, schorremorrie
samenrapen samenpakken
samenroepen bijeenroepen, convoceren
samenscholing accumulatie, bende, groep, hoop, troep
samensmelten fuseren, versmelten
samensmelting fusie
samenspannen samenzweren
samenspraak dialoog, gesprek, onderhoud, tweegesprek, tweespraak
samenstel bestel, netwerk
samenstelling assemblage, assembleren, bouw, combinatie, constructie, montage
samenstellingen composities
samentelling optelling, som
samentrekken contracteren, drukken, indrogen, omarmen, samenkrimpen, schrompelen
samentrekkend adstringerend
samentrekking aaneenschakeling, contractie, convulsie, kramp, samenvoeging, stuip
samentrekkingsteken circumflex, kapje
samenvallen samenlopen
samenvatten excerperen, kort samenvatten, kort weergeven, recapituleren, resumeren
samenvatting excerpt, extract, recapitulatie, resumé, uittreksel
samenvlechten ineenstrengelen, verstrengelen
samenvloeiing confluentie, samenloop
samenvoegen aaneenschakelen, bijeen voegen, bijvoegen, combineren, integreren, koppelen
samenvoeging aaneenschakeling, aaneenvoeging, assemblage, assembleren, consolidatie, las
samenwerken coöpereren, samendoen
samenwerkend coöperatief, eendrachtig
samenwerking samenwerkingsverband
samenwerkingsverband coöperatie, samenwerking
samenwonen samenleven, samenwonend
samenwonend samenwonen
samenzweer intrigant, konkelaar, kuiper
samenzweerder intrigant
samenzweren conspireren, samenspannen
samenzwering complot
sanatorium herstellingsoord, kuuroord
sanctie bekrachtiging, dwangmaatregel, straf
sancties treffen straffen
sanctioneren bekrachtigen, waarborgen
sandaal schoen
sander alex, alexander, jongensnaam, snoekbaars, zander
saneren gezond maken, gezondmaking, opruimen, sanering
sanering gezondmaking, saneren
sante gezondheid, proost
santen klapper
sap jus, sapje, vruchtensap
sapje jus, sap, vruchtensap
sappelen afbeulen, afjakkeren, afsloven, ploeteren, sloven, zwoegen
sappig levendig, mals, smeuïg, vruchtbaar
sapristi verhip
sar plaaggeest
sarcasme aanfluiting, bespotting, cynisme, gespot, hatelijkheid, hoon
sarcastisch bijtend, cynisch
sarcofaag stenen doodkist
sardonisch boosaardig, boosaardig spottend, demonisch, diabolisch, grijnzend, satanisch
sarren jennen, koeioneren, kwellen, narren, pesten, plagen
sas schik, sluis, sluiskolk, verlaat
satan booswicht, demon, duivel, kwaad, lucifer
satanisch demonisch, diabolisch, duivels, hels, sardonisch
satelliet kunstmaan, maan
satellietstad slaapstad
sater bok, bokspoot, boksvoet, boosaardig persoon, bosgod, dagvlinder
satijn atlas, glad geweven stof, glanzende zijde, glanzige zijde, japonstof, konijnenras
satijnachtig satijnen
satijnen satijnachtig, van zeker weefsel
satire hekeldicht, hekeling, hekelschrift, hekelvers, puntdicht, spotdicht
satisfactie bevrediging, genoegdoening, voldoening
saucisse saucijs
saus jus, papje
sausen kalken, sauzen, witten
sauskom juskom
sauzen sausen
savooiekool groente, kool
savoureren proeven, smikkelen, smullen
sawa rijstveld
scabreus gewaagd
scala baaierd, gamma, ruimte, spectrum, toonladder
scandaleus schandelijk
scandaleuze daad schanddaad
scannen aftasten, machinaal optisch lezen, optisch lezen, snel nakijken
scenario draaiboek, filmscenario
scenario's filmscenario's
scene afbeelden, afbeelding, beeld, portret, prent, subcultuur
scepsis reserve, twijfel
scepter gezag, koningsstaf
scepticisme scepsis
scepticus twijfelaar
schaafwond schram
schaak schaakspel
schaakspel schaak
schaakspelen schaken
schaakzet zet
schaal bolster, dop, maatstaf, ovenschaal, plateau, proportie
schaalbaarheid uitbreidbaarheid
schaalmodel maquette
schaaltje schaal
schaam generen
schaamdelen genitaliën, geslachtsdelen, geslachtsorganen
schaamrood schaamteblos
schaamspleet vulva
schaamte beschaamdheid, gêne, schaamtegevoel
schaamteblos schaamrood
schaamtegevoel beschaamdheid, schaamte
schaamteloos brutaal, onbetamelijk, ongegeneerd
schaamteloosheid inbeelding, indiscretie, laatdunkendheid, onbeschaamdheid, onbeschoftheid, onkiesheid
schaap bloedje, kuiken, onnozelaar, onnozele, ooi, pupil
schaapachtig bot, dom, onbenullig, schapen-, stom, zwakhoofdig
schaapherderin herderin
schande aanfluiting, hoon, laster, oneer, schimp, smaad
schatplichtig aan belasting onderhevig, belastbaar
schattig aanbiddelijk, aantrekkelijk, aanvallig, allerliefst, beeldig, bekoorlijk
scheep gaan aan boord gaan
schellen aanbellen, bellen, luiden
schip aak, boot, bootje, grote boot, scheepje, schuit
schokken aangrijpen, aanstoot geven, aantasten, botsen, choqueren, hobbelen
schokkend adembenemend, dramatisch, ontstellend, schokken, sensationeel, stotend
schoon rein, proper, zuiver, helder, smetteloos, brandschoon
sedert aan, door, op, sinds, uit, van
serie aaneenschakeling, aantal, cyclus, keten, menigte, reeks
sinds aan, door, op, sedert, uit, van
situatie toestand, omstandigheid, positie, stand van zaken, gesteldheid, geval
slaan aanleggen, betreffen, beuken, bevestigen, bonken, dreun
slaan op aangaan, betreffen, gaan over
slapen dutten, doezelen, sluimeren, rusten, pitten, maffen
slecht beroerd, belabberd, waardeloos, abominabel, miserabel, pover
slim intelligent, verstandig, knap, pienter, snugger, schrander
sluiten aaneensluiten, aangaan, afgrendelen, aflopen, afronden, afsluiten
smaad aanfluiting, achterklap, belediging, bespotting, gespot, honende woorden
smal nauw, krap, eng, dun, slank, beperkt
snel vlug, rap, gauw, hard, spoedig, haastig
snoer aaneenschakeling, draad, elektriciteitsdraad, keten, ketting, koord
soms af en toe, nu en dan, zo nu en dan, weleens, een enkele keer, sporadisch
souvenir aandenken, gedachtenis, herinnering
spelen aanbieden, acteren, bespelen, concerteren, doen alsof, dollen
spot aanfluiting, belediging, beschimping, bespotting, gespot, honende woorden
spotternij aanfluiting, bespotting, gespot, hoon, ironie, paskwil
starten aandoen, aankaarten, aanknopen, aanmaken, aansnijden, aanvangen
sterk krachtig, gespierd, stoer, robuust, stevig, solide
stichten aandoen, aanrichten, beginnen, ingesteld, instellen, instelling
stijgen aangroeien, aanwassen, aanwinnen, aanzwellen, bestijgen, gedijen
stijging aangroei, aanwas, aanwinst, expansie, explosie, groei
stil rustig, kalm, geruisloos, zacht, zwijgzaam, zwijgend
stille politieagent, rechercheur, spion
stille verklikkers aanbrengers, verklikkers
stimuleren aandrijven, aanmoedigen, aansporen, aanvuren, aanzetten, activeren
stock aandeel, voorraad
stoken aanblazen, aanstoken, aanwakkeren, brandstof, distilleren, kachel
stoppen ophouden, beëindigen, staken, eindigen, stilstaan, halt houden
stranden aandrijven, aanspoelen, afgaan, falen, floppen, misgaan
strelen aaien, aanraken, liefkozen
streling aai, aaiing, aanhalen, aanhaling, gestreel, liefkozing
strikken aan elkaar binden, aan elkaar knopen, binden, knevelen, knopen, overhalen
stuk aan scherven, aan stukken, afstand, artikel, basisbestanddeel, beschadigd
stuwing aandrang, aandrift, drang, impuls, opwelling, stagnatie
stuwkracht aandrijfkracht, aandrijving, drijfkracht, dynamiek, veerkracht, voortstuwing
succes voorspoed, triomf, zege, overwinning, bijval, resultaat
supplement aanhangsel, aanvulling, addendum, appendix, bijvoeging, bijvoegsel
supplementen aanhangsels, addenda, bijvoegsels, toevoegingen, toevoegsels
supporter aanhanger, fan, liefhebber
supporters aanhang, fans, legioen, volgers