Woordschuur › Woorden A-Z › U
Synoniemen met de letter U
Hieronder staan alle 188 woorden met de letter U, met de eerste synoniemen erachter. Klik op een woord om alle synoniemen te zien.
ui grap, groente, kwalificatie
uier melkklier
uil bosuil, domoor, kuiken, onnozelaar, onnozele, schaap
uilenbal minkukel, stommeling, sufferd, sukkel, uilskuiken
uilenspiegel grappenmaker, guit, komiek, olijkerd
uilig stom
uilke billenkoek
uilskuiken domkop, dommerik, domoor, minkukel, stommeling, sufferd
uiltje dutje, tukje
uit aan, af, afgedaan, afgelopen, afwezig, bedacht
uit de hoogte aanmatigend, hautain, hooghartig, hovaardig, kleinerend, laatdunkend
uit de tijd achterhaald, ouderwets
uit elkaar gaan scheiden, uiteengaan, uitmaken, van elkaar gaan
uit elkaar halen afbreken, breken, demonteren, loskoppelen, neerhalen, omverhalen
uit elkaar houden onderscheiden
uit elkaar nemen anatomiseren, ontleden, onttakelen, uit elkaar halen, uiteen nemen
uit elkaar plaatsen uiteenzetten
uit elkaar spatten exploderen, klappen, ploffen, springen
uit elkaar springen exploderen, klappen, ploffen, springen
uit het oosten oostelijk
uit te houden houdbaar
uit volle borst luid
uit zichzelf vanzelf
uitademen ademen, expireren, uitblazen
uitademing expiratie, uitwaseming, zucht
uitbalanceren afwegen, balanceren, in evenwicht brengen, richten, uitlijnen
uitbannen bannen, betoveren, bezweren, boeien, exorciseren, uitstoten
uitbanning ballingschap, ban, bezwering, deportatie, geestenbezwering, verbanning
uitbarsten exploderen, oplaaien, uitbarsting, uitbreken, uitval, zich fel uiten
uitbarsting aanval, emotionele uitval, eruptie, uitbarsten, uitval, vulkaanuitbarsting
uitbaten benutten, exploiteren, melken, runnen
uitbater beheerder, exploitant, gerant
uitbazuinen verkondigen
uitbeelden schetsen, verbeelden, vertolken
uitbeelding descriptie, nadere beschrijving, omschrijving, vertolking, voorstelling
uitbeitelen uitbikken
uitbenen afhalen, afstropen, stropen, villen
uitbesteden aanbesteden, uitbesteed
uitbesteed uitbesteden
uitbetalen betalen, dokken, storten, uitkeren, voldoen
uitbetaling uitkering
uitbetalingen bij schade schade-uitkeringen, vergoeding
uitbijten uitlogen, uitvreten
uitbikken uitbeitelen
uitblazen doven, op adem komen, uitademen
uitblijven uitstaan, wegblijven
uitblinken excelleren, onderscheiden, overtreffen, schitteren, uitmunten, uitsteken
uitblinken boven onderscheiden, overtreffen, schitteren, uitsteken
uitblinker kanjer, kei, munt, ster, vedette
uitbloeien afsterven, verwelken
uitblussen blussen, doven, smoren, uitdoen, uitdoven, uitmaken
uitboren frezen, uithollen
uitbotten botten, knop, ontspringen, ontspruiten, uitkomen, uitlopen
uitbouw aanbouw, boog, erker, uitbreiding, welving
uitbouwen aanbouwen, bijbouwen, expanderen, ontwikkelen, openen, uitbreiden
uitbraak ontsnapping, ontvluchting, uitbreken, vlucht
uitbraken braken, kotsen, overgeven, spugen, spuwen, vomeren
uitbranden afbranden, opbranden, platbranden, reinigen, verbranden
uitbrander berisping, blaam, schrobbering, standje, terechtwijzing, verwijt
uitbreidbaarheid schaalbaarheid
uitbreiden expanderen, openen, openslaan, ophouden, rekken, strekken
uitbreiding aangroei, aanvulling, aanwas, aanwinst, expansie, extensie
uitbreken losbarsten, losbreken, ontsnapping, ontvluchting, slopen, uitbraak
uitbrengen aanbrengen, aangeven, openbaar maken, openbaren, publiceren, uiten
uitbroeden bedenken, broeden
uitbrullen uitgillen, uitroepen, uitschreeuwen
uitbuiging afdwaling, mateloosheid, overdrijving, uitspatting
uitbuiken uitzakken
uitbuiten benutten, beroven, exploiteren, ontdoen, uitmelken
uitbuiter profiteur, uitzuiger
uitbuiting exploitatie, uitzuiging
uitbundig abundant, enthousiast, ongeremd, overvloedig, rijk, uitgelaten
uitbundigheid enthousiasme, overdrevenheid, overmaat, overvloed, uitgelatenheid
uitdagen aanleiding geven tot, jennen, ophitsen, oproepen, pesten, plagen
uitdagend baldadig, prikkelend, provocerend
uitdaging provocatie
uitdamping uitvloeisel, uitwaseming
uitdelen bedelen, distribueren, ronddelen, rondgeven, trakteren, uitreiken
uitdelers verspreiders
uitdelgen verdelgen
uitdeling afgifte, uitgaaf, uitgifte, uitreiking, verstrekking
uitdenken bedenken, fantaseren, uitdokteren, uitkienen, uitknobbelen, verdichten
uitdeuken uitkloppen
uitdiepen baggeren
uitdijen aangroei, aanwas, dik worden, expanderen, groeien, openen
uitdijing aangroei, aanwas, expansie, uitdijen, uitzetting
uitdoen aanhouden, afdoen, afleggen, afzetten, blussen, doven
uitdokteren bedenken, uitdenken, uitkienen, uitknobbelen
uitdossen aankleden, opdirken, opdoffen, optutten
uitdossing dracht, uitmonstering
uitdoven blussen, doden, doven, smoren, uitblussen, uitdoen
uitdovend exhaustief
uitdraai output, print
uitdraaien afdrukken, neerkomen, uitdoen
uitdraaien op iets uitlopen
uitdragen prediken, ten einde dragen, verkondigen, voldragen
uitdrager lompenhandelaar, opkoper, voddenboer, voddenman
uitdrijven uitbannen, uitjagen, uitwijzen, verbannen
uitdrinken ledigen, leegdrinken, leegmaken, opdrinken
uitdrogen indrogen, opdrogen, verdorren, verdrogen, verheien, vocht verliezen
uitdroging indroging, verwelking
uitdruipen afdruipen, afdruppelen, uitdruppelen, uitlekken
uitdrukkelijk bepaald, klemmend, nadrukkelijk
uitdrukken aanduiden, doven, uitdrukking geven aan, uiteenzetten, uiten, uiting geven aan
uitdrukking blik, expressie, fra, frase, gelaatsuitdrukking, gezegde
uitdrukking geven aan uitdrukken, uiten, vertolken, verwoorden
uitdrukkingsloos effen, glazig, leeg, nietszeggend, wazig, wezenloos
uitdruppelen afdruipen, afdruppelen, droppen, druipen, druppelen, druppels laten vallen
uitduiden aanduiden, aangeven, aanwijzen, tentoonspreiden, tonen, uitwijzen
uitdunnen ruimen, snoeien, wegkappen
uiteen vaneen
uiteen doen gaan ontbinden, opheffen
uiteen halen ontbinden
uiteen nemen onttakelen, uit elkaar halen, uit elkaar nemen
uiteengaan loskoppelen, scheiden, splitsen, uit elkaar gaan, uit elkaar halen, uitsplitsen
uiteengegaan ontbonden, opgeheven, uiteengevallen
uiteengerafeld uitgeplozen
uiteengevallen ontbonden, opgeheven, uiteengegaan
uiteenhouden onderscheiden
uiteenlopen afwisselen, divergeren, gevarieerd, schelen, variëren
uiteenlopend divers, onderscheiden, ongelijksoortig, verdeeld, verschillend
uiteenspringen barsten, klappen
uiteenstuiven uiteenslaan
uiteenval dissociatie
uiteenvallen desintegreren, verbrokkelen
uiteenzetten beschrijven, expliceren, mededelen, nader verklaren, ontvouwen, toelichten
uiteenzetting analyse, beschouwing, betoog, exposé, inhoud, opheldering
uiteinde afloop, nok
uiteindelijk ten slotte, tenslotte, eindelijk, op den duur, in de laatste plaats, per saldo
uiteindelijke doel bestemming, eindhalte, eindpunt, eindstation
uiten manifesteren, opperen, spuien, uitdrukken, uitdrukking geven aan, uiting geven aan
uiteraard allicht, bijgevolg, dus, logisch, natuurlijk, onontkomelijk
uiterlijk aangezicht, aanzien, buitenaf, buitenkant, figuur, gedaante
uiterlijkheid vorm
uitermate bijzonder, bovenmatig, buitengemeen, buitengewoon, buitensporig, excessief
uiterst bijzonder, buitengemeen, buitengewoon, buitensporig, ergst, excessief
uiterst verbaasd verbijsterd
uiterst wit sneeuwwit
uiterste extreme, grens, limiet
uiterste wilsbeschikking testament
uiterwaard buitendijks land, buitendijkse grond, griend, griendwaard, laaggelegen land, natuurgebied
uitflappen uitgooien
uitfoeteren afstraffen, berispen, schelden, uitkafferen, uitschelden, uitvloeken
uitgaaf afgifte, besteding, kost, kosten, onkosten, uitdeling
uitgaan aanbelanden, aankomen, aanlanden, aflopen, arriveren, doven
uitgaan van aannemen, veronderstellen
uitgaansgelegenheden gelegenheden
uitgaanskleding avondjaponnen
uitgaansverbod spertijd
uitgang deur, uitloop, uitweg
uitgangen uitwegen
uitgangspunt basis, basisbeginsel, basislijn, beginsel, fundament, fundering
uitgangspunten bases, redenen, vertrekpunten
uitgave aflevering, besteding, betaling, druk, editie, openbare publicatie
uitgaven kost, kosten, onkosten, uitgaaf
uitgeblust afgebrand, afgeleefd, gaar, geblust
uitgebreid ampel, breed, breedsprakig, breedvoerig, extensief, gedetailleerd
uitgebreider nader
uitgebreidheid grootte, oppervlakte, uitgestrektheid, uitvoerigheid
uitgebroken ontsnapt
uitgebuit geëxploiteerd
uitgediend afgedankt, afgezwaaid, nutteloos geworden, voltooid
uitgedragen rondverteld
uitgedroogd dor, kurkdroog, lek, nauw, schraal, smal
uitgedrukt uitgeknepen
uitgedrukte sigaret peuk
uitgegeven besteed, gespendeerd, verschenen
uitgegleden geslipt
uitgegroeid volgroeid, volwassen
uitgehongerd uitgeteerd
uitgehouden volgehouden
uitgekiend berekend, scherpzinnig, slim, spitsvondig
uitgeknepen uitgedrukt
uitgekookt achterbaks, berekenend, bijdehand, doortrapt, gemeen, geniepig
uitgekozen geselecteerd, uitgezocht
uitgelaten baldadig, blijmoedig, dartel, fideel, fleurig, geestig
uitgelatenheid baldadigheid, enthousiasme, hupsheid, lustigheid, uitbundigheid, vrolijkheid
uitgelegd belicht, opgehelderd, toegelicht, verhelderd
uitgeleide afscheid, begeleiding bij vertrek, ritueel bij vertrek, uitlating
uitgelezen bijzonder, briljant, excellent, fijn, heel mooi, puik
uitgemaakt afgedaan, afgerond, beslist, onbetwist, stellig, vast
uitgemergeld broodmager, uitgeteerd
uitleggen verklaren, toelichten, verduidelijken, duidelijk maken, uiteenzetten, beschrijven
uitlopen aanbelanden, aankomen, aanlanden, aflopen, arriveren, botten
uitputten aan kracht inboeten, afmatten, moe maken, slopen, vermoeien, verslappen
uitvoering aanbieding, concert, doorvoering, executie, implementatie, optreden
uitwijzen aanduiden, aangeven, aantonen, aanwijzen, bannen, bezweren
überhaupt doorgaans, hoe dan ook, sowieso