Nederlands synoniemenwoordenboek
Vind een ander woord voor je tekst, brief of gedicht
Woordschuur › Woorden A-Z › K

Synoniemen met de letter K

Hieronder staan alle 197 woorden met de letter K, met de eerste synoniemen erachter. Klik op een woord om alle synoniemen te zien.

abcdefghijklmnopqrstuvwxyz
ka bazige vrouw, feeks
kaai kade, walkant
kaak schandpaal, scheepsbeschuit
kaakje biscuit, biscuitje, kleine kaak, koek, koekje
kaakkramp kaakklem, medische term, mondklem
kaakslag muilpeer
kaal afgesleten, arm, armoedig, dor, geschild, haarloos
kaalhoofdig kaal
kaalhoofdige geschild, kaal, kaalkop, kale
kaalhoofdigheid haarloosheid, haaruitval, kaalte
kaalkop kaalhoofdige, kale, skinhead
kaalte haarloosheid, kaalhoofdigheid
kaap landtong, voorgebergte
kaapstander spil
kaar korf
kaarde kaarden, kaardmachine, roskam
kaarden kaarde, kaardmachine, ruwen, ruwen van lakens, wol ontwarren
kaardmachine kaarde, kaarden
kaars toorts
kaarsenhouder kaarsenstandaard, kandelaar
kaarsenmaker kruidenier
kaarsenpit lemmet, pit
kaarsenstandaard kaarsenhouder, kandelaar
kaarsrecht lijnrecht, loodrecht, recht, stokstijf
kaart ansicht, entreebiljet, fiche, kaartje, landkaart, plaatsbewijs
kaartcontrole controle
kaarten kaartspel
kaartenbak archiefsysteem, cartotheek, kaartsysteem, kantoorartikel
kaartenkamer cartotheek
kaartenmaker cartograaf
kaartje biljet, entreebiljet, kaart, plaatsbewijs, ticket, toegangsbewijs
kaartlegster waarzegger
kaartregister kaartsysteem
kaartspel kaarten
kaartsysteem kaartregister, register
kaas brie, edammer
kaasstolp boerenhuis, deksel, dop, stolp
kaasstremsel renet, stremsel
kaatsen butsen, springen
kaatser sportbeoefenaar, zekere sportbeoefenaar
kabaal drukte, geraas, heibel, herrie, lawaai, leven
kabaalmaker herrieschopper, lawaaimaker, nummer, ruziemaker
kabbelen ruisen
kabbeling gekabbel, geschifte melk
kabel geleiding, kabelleiding, leiding, streng
kabelleiding geleiding, kabel, leiding
kabelspoor kabelspoorweg
kabelspoorweg kabelspoor
kabeltouw kabel
kabinet gezag, gouvernement, kamer, kamer der staten-generaal, kantoor, ministers
kabinetten kasten
kabouter aardgeest, aardmannetje, dwerg, gnoom, kobold, plaaggeest
kachel allesbrander, beschonken, brandstof, dronken, haard, oven
kadaster openbaar register, register
kadastreren inschrijven
kadaver kreng, lijk
kade aanlegplaats, kaai, walkant
kader context, kaderpersoneel, leidinggevend personeel, leidinggevenden, lijst, omlijsting
kaderlid staflid
kaderspel biljartspel
kadetje bol, broodje, puntje
kaduuk bouwvallig
kaffer klootzak, lomperik, oen, rotvent, snertvent
kaft bedekking, boekomslag, deksel, kap, omslag
kaften boekomslagen, omslagen, van omslag voorzien
kaïn bijbels figuur, eerste moordenaar, eerstgeborene, hoofddeksel, indische beenbekleding, kledingstuk
kajuit cabine, cockpit, hut, roef
kajuitsjongen scheepsjongen
kak afgang, beer, bolus, drek, drol, drukte
kakelbont bont, kleurrijk, veelkleurig
kakelen babbelen, klappen, kletsen, kwaken, kwebbelen, kwekken
kakelvers kersvers
kaken uitsnijden
kaketoe papegaai
kakken beffen, drukken, scheten
kakker lullo, pauper
kakkerlak bakkerstor, ongedierte, wandluis
kalander glansmachine, kever, mijt, papierwals
kalbas kalebas, pompoen
kale kaalhoofdige, kaalkop
kalebas kalbas, pompoen
kalefateren kalfateren
kalenderjaar jaar, tijdseenheid
kalf sufferd
kalfateren dok, helling, kalefateren
kalfskop idioot, rund
kalfskotelet kalfsvlees, vleesgerecht
kali kalium
kaliber capaciteiten, formaat
kalium kali
kalk pleisterkalk
kalkachtig kalkhoudend
kalken kladden, pennen, sausen, schrijven, witten
kalkgehalte hardheid
kalkhoudend kalkachtig
kalkoen kalkoenvlees
kalkoenvlees kalkoen
kalkspecie pleister
kalligrafie schoonschrift, schrijfkunst
kalm bedaard, beheerst, gedeisd, gelaten, gelijkmoedig, kalmpjes
kalme afwachtendheid geduld
kalmeren afkoelen, bedaren, geruststellen, sussen
kalmerend rustgevend, sedatief
kalmering geruststelling
kalmeringsmiddel sedatief
kalmpjes bedaard, gelijkmoedig, kalm, onbewogen, rustig, rustig aan
kalmte bedaardheid, gelijkmatigheid, gelijkmoedigheid, onverstoorbaarheid, rust, rustigheid
kalverliefde jeugdliefde
kam bergkam, bergrug, rug
kamenier kamenierster, kamermeisje
kamenierster kamenier, kamermeisje
kamer achterkamer, eerste kamer, kabinet, kamer der staten-generaal, kamertje, suite
kamer der staten-generaal kabinet, kamer
kameraad compagnon, gabber, genoot, gezel, kompaan, kompel
kameraadschap vriendschap
kameraadschappelijk amicaal, hartelijk, vriendschappelijk
kamerdienaar butler, herenknecht
kamerjapon negligé, sjamberloek
kamerjas ochtendjas
kamermeisje kamenier, kamenierster
kamerplant balsemien, bromelia
kamers vertrekken, woonruimte
kamerscherm scherm
kamertje cabine, hokje, kamer
kamerverhuur hospes, huisbaas, huisheer, huurbaas
kamerverhuurder hospes, huisbaas, huurbaas, kostbaas
kamerverhuurster hospita
kamerwand wand
kamizool hemd
kamp aanhang, bivak, camping, concentratiekamp, duel, gevecht
kampanje bovenste achterdek, verhoogd achterdek
kampeerauto camper, kampeerbus, kampeerwagen, motorhome, voertuig
kampeerbus camper, kampeerauto, kampeerwagen, voertuig
kampeerder trekker
kampeerplaats camping, campingplek, plaats voor tenten
kampeertent tent
kampeerterrein camping, kamp
kampeerwagen camper, kampeerauto, kampeerbus
kampement kamp, legering, legerkamp, legerplaats, tentenkamp
kampen bakkeleien, duelleren, knokken, matten, strijd voeren, strijden
kamperen bivakkeren, legeren, tijdelijk verblijven, vakantie, zomerse hobby
kampioen strijder, titelhouder, winnaar
kampplaats arena, strijdperk, strijdtoneel
kamprechter scheidsman, scheidsrechter
kampvechter vechter
kamwiel kettingrad, tandwiel
kamwielen kettingraderen
kan karaf, schenkkan
kanaal contact, gracht, nauw, vaart, weg
kanalen vaarten
kanarie piet
kanariegeel knalgeel
kandelaar kaarsenhouder, kaarsenstandaard, kandelaber, luchter
kandelaber kandelaar, luchter
kandidaat aspirant, deelnemer, examenkandidaat, examinandus, gegadigde
kandidaatsstelling kandidatuur
kandidate examinandus, vrouwelijke gegadigde
kandidatuur kandidaatsstelling
kanen eten, gezellig eten, grauw, met smaak eten, pruimen, schransen
kanis kop, waffel
kans mogelijkheid, gelegenheid, waarschijnlijkheid, risico, kansje, vooruitzicht
kapot aan scherven, aan stukken, afgepeigerd, beschadigd, buiten dienst, defect
karakteriseren getekend, kenschetsen, tekenen, typeren
kenmerken aanduiden, aangeven, karakteriseren, kenschetsen, tekenen, typeren
kennis wetenschap, deskundigheid, expertise, vakkennis, know-how, inzicht
keten aaneenschakeling, bergschuren, boei, donderjagen, halssieraad, ketting
ketting aaneenschakeling, boei, collier, halsketting, halssieraad, halssnoer
kiezen selecteren, uitkiezen, uitzoeken, een keuze maken, beslissen, opteren
kijk aanblik, alsjeblieft, alstublieft, blik, denkbeeld, gezicht
kijken zien, bekijken, aankijken, staren, turen, gluren
kind kleintje, kleuter, peuter, baby, jochie, meisje
kleden aandoen, aankleden, aantrekken, uitdossen, uitmonsteren, zich tooien
klein gering, beperkt, minimaal, miniem, nietig, petieterig
klem aandrang, in de knel, in de knoei, klemhaak, knel, pen
kleven aan elkaar hangen, aan elkaar kleven, aaneenplakken, bumperkleven, iets vastkleven, kleverig zijn
klieken aaneensluiten, etensresten, kliekjes
klikken aanbrengen, boteren, klakken, klappen, overbrengen, verklappen
klitten aan elkaar hangen, aaneenplakken, kleven, plakken, vastlijmen, vastplakken
knopen aan elkaar binden, aan elkaar knopen, bevestigen, binden, knevelen, samenknopen
knus aangenaam, behaaglijk, gezellig, huiselijk, knusjes
koersen aandelenkoersen, zeeroutes, zeewegen
komen aankomen, arriveren, naderen, verschijnen, opdagen, langskomen
koop aangekochte, aankoop, aanschaf, aanwinst, acquisitie, afname
koopje aanbieding, buitenkans, speciale aanbieding
koppelen aaneenschakelen, combineren, koppeling, paren, samenkoppelen, samenvoegen
koppeling aaneenkoppeling, aaneenschakeling, aaneensluiting, associatie, koppelen, koppelstuk
kort klein, beknopt, bondig, kortstondig, vluchtig, summier
korzelig aangebrand, chagrijnig, gevoelig, humeurig, knorrig, kortaf
koud kil, fris, frisjes, guur, ijzig, ijskoud
kracht aandrift, arbeidskracht, capaciteit, daadkracht, druk, dynamiek
krijgen ontvangen, verkrijgen, verwerven, bemachtigen, ophalen, binnenkrijgen
kunnen in staat zijn, beheersen, kennen, mogen, vermogen, de mogelijkheid hebben
kwaad afbreuk, agressief, bitter, blij, boos, demon
kwaad doen aandoen, misdrijven, nadelig zijn, schaden
kwaal aandoening, stoornis, ziekte
kweken aanfok, aankweek, aankweken, aanplanten, bevorderen, cultuur
kwestie aangelegenheid, affaire, casus, geschil, geval, issue
abcdefghijklmnopqrstuvwxyz