Nederlands synoniemenwoordenboek
Vind een ander woord voor je tekst, brief of gedicht
Woordschuur › Woorden A-Z › B

Synoniemen met de letter B

Hieronder staan alle 254 woorden met de letter B, met de eerste synoniemen erachter. Klik op een woord om alle synoniemen te zien.

abcdefghijklmnopqrstuvwxyz
b.v.d. binnenlandse veiligheidsdienst
baai bocht, boezem, hemd, inham, mijnschacht, monnikspij
baaierd scala
baak baken, boei, jalon
baal pak
baan afstand, baanvak, betrekking, breedte, circuit, dienstbetrekking
baanbrekend revolutionair
baanbreker geniesoldaat, genist, pionier, voortrekker
baanders benen, schoenen
baanvak afstand, baan, etappe, pad, ronde, route
baar baarlijk, brood, cash, contant, draagbaar, golf
baard sik
baardig bebaard
baarlijk baar, klinkklaar
baarmoeder schoot, uterus
baas baasje, beheerser, bevelhebber, bolleboos, chef, directeur
baasje baas, hondenbezitter, jongetje, kleine jongen, mannetje, uk
baat beterschap, gewin, nut, opbrengst, profijt, winst
baatzuchtig egoïstisch, zelfzuchtig
babbel babbelaar, mond, praatje
babbelaar babbel, keuvelaar, klapekster, klep, kletser, kletskop
babbelaarster kletskous, kletstante, leuterkous
babbelachtig babbelziek, flapuit, indiscreet, kletserig, loslippig, mededeelzaam
babbelen kakelen, keuvelen, klappen, kletsen, kwebbelen, kwekken
babbelkous babbel, ratel
babbeltje causerie, gebabbel, gekeuvel, kout, praatje
babbeltjes praatjes
babbelziek babbelachtig, flapuit, indiscreet, kletserig, loslippig, mededeelzaam
baby kind, kindje, spruit, uk, zuigeling
babybox box
babydoll nachtjapon
babysit oppas
babysitten oppassen
babysitter kinderoppas, oppas
bacchanaal drinkgelag, drinkpartij, orgie, zwelgpartij
back achterspeler, verdediger
bad badkuip, bassin, fixeerbad, zwembad
baden drijven, koesteren, wassen
bader zwemmer
badhokje kleedhokje, kleedkamer
badhuis badinrichting, badkamer
badinrichting badhuis, thermen
badjas badmantel
badkamer badhuis, doucheruimte, kamer, sanitaire inrichting, vertrek, wasgelegenheid
badkuip bad, sanitair, sanitaire voorziening, tobbe, tub, wasgelegenheid
badmantel badjas, kledingstuk
badpak zwempak
bagage bepakking, bundel, pak, plunje, tuig, uitrusting
bagagedrager drager, kruier, sjouwer
bagagenet bagagerek, bergplaats, bergplaats voor bagage, bergplaats voor koffers, opbergplaats
bagagerek bagagenet, bergplaats van bagage, bergplaats voor koffers, bergplaats voor reisgoed, imperiaal, laadbak
bagageruimte achterbak, koffer, kofferbak, kofferruimte
bagageruimtes kofferruimtes
bagatel akkefietje, bijzaak, dingetje, futiliteit, kleinigheid, niemendalletje
bagatellen akkefietjes, kleinigheden
bagatelliseren minimaliseren, vergoelijken
bagger modder, prut, slib, slijk, slik
baggeren opdreggen, waden
baggerlaars lieslaars
baggermachine baggermolen, zuiger
baggermolen baggermachine, moddermolen, zandzuiger
baggerschip baggerschuit, modderschuit, vaartuig
baggerschuit baggerschip, modderschuit
bais deflatie, prijsdaling, prijsverlaging
baisse deflatie, inzinking, prijsdaling, prijsverlaging
bajes bak, doos, gevangenis, lik, nor, petoet
bajonet dolk
bak auto, bajes, bakkie, beker, container, doos
bakbeest gevaarte, kolos
bakboord bakboordzijde, links, scheepsterm
bakboordzijde bakboord
baken afwikkelen, baak, inbakeren, inzwachtelen, liquideren, omwikkelen
baker min
bakermat begin, geboorteland, geboorteplaats, oorsprong, thuisland, vaderland
bakerpraatje bakerpraatjes, oudewijvenpraat
bakerpraatjes bakerpraatje, oudewijvenpraat
bakje doosje, hokje, kastje, kistje, vierkantje
bakkebaard baard, haarbos, haardos, haargroei, lichaamsdeel, tochtlat
bakkeleien bekvechten, duelleren, hakketakken, kampen, kiften, knokken
bakken bakvet, frituren, fruiten, gebakken, gevangenissen, likken
bakker broodbakker
bakkerij broodbakkerij, broodfabriek
bakkerstor kakkerlak
bakkes smoel, smoelwerk, snoet, snuit, tronie
bakkie bak
bakoven braadoven, oven
bakpan koekenpan
baksteen mop, steen
bakstenen voegen voegen
bakvet bakken, zonnebrandolie
bal barst, bol, bol wol, dansavond, dansfeest, gala
bal spelen ballen
balanceren twijfelen, uitbalanceren, wankelen
balans bascule, boeken, evenwicht, handelsbalans, harmonie, jaarafsluiting
baldadig brutaal, roekeloos
baldadigheid boosheid, brutaliteit, duivelskunst, kattenkwaad, kwajongensstreek, ondeugendheid
baldakijn hemel, troonhemel
balein hoornachtige stof, staafje, walvisbaard
balen genoeg hebben
balen van genoeg hebben van
balg blaasbalg
balie advocatuur, balustrade, counter, gerecht, gerechtshof, hof
baliekluiver leegloper
baljuw bestuursambtenaar, drossaard, drost, eertijds justitieambtenaar, hoofdschout, landdrost
balk band, bint, notenbalk, onderlegger, ribbe
balken binten, dwarsbalken, leggers
balkon bordes, uitbouw
balkonhek balustrade
ballade gedicht
ballast vulling
ballen bal spelen, bollen, kloten, neuken, testikels
ballerina balletdanseres
balletdanseres ballerina
balletje kogeltje
balling banneling, verstotene
ballingschap deportatie, uitbanning, verbanning
ballon luchtballon
ballonmand mand
ballotage selectie, stemming
balloteren kiezen, stemmen
ballpoint balpen, pen
balorig gemelijk, onwillig
balpen ballpoint, pen
balsamine balsemien, springzaad
balsem crème, smeer, smeersel, smeerseltje, smeerzalf, zalf
balsemen lenigen, smeren, verzachten, zalven
balsemiek welriekend
balsemien balsamine, springzaad
balsturig eigenzinnig, grillig
balustrade balie, balkonhek, leuning
balzak scrotum, zak
bam explosie, knal, ontploffing, plof
bamboe bamboeriet, gewas, grassoort, heesterachtig gewas, houtsoort, indisch riet
bamboeriet bamboe
ban anathema, banvloek, betoverende invloed, betovering, excommunicatie, kerkban
banaal afgezaagd, alledaags, gewoon, gewoontjes, grof, laag
banaan pisang
banaliteit platheid, platitude, sjabloon, trivialiteit
band aansluiting, akkoord, autoband, beeldband, betrekking, betrokkenheid
band van bandrecorder spoel
bandana halsdoek
bandbreedte bereik
bandeloos losbandig, onbeschaamd, onbeteugeld, ongebonden, ongebreideld, verwilderd
bandeloosheid buitensporigheid, losbandigheid, uitspatting, zedeloosheid
banden cassettebandjes, tapes
banderol adresband, kruisband, sigarenbandje, strook, vaan, wikkel
bandiet boef, boosdoener, booswicht, misdadiger, onverlaat, rover
bandje lintje, strookje
banen bevrijden, emanciperen, verlossen, vrijmaken, vrijvechten
bang angstig, bevreesd, benauwd, ongerust, bezorgd, nerveus
bang maken afschrikken, verschrikken
bangelijk bang
bangerd angsthaas, bangerik
bangerik angsthaas, bangerd, schijterd
bangheid angst, angstvalligheid, vrees
bangig bangelijk, vreesachtig
bangigheid bangheid
banier standaard, vaan, vaandel, vendel, vlag
banjeren slenteren
bank bankbedrijf, bankgebouw, bestand, canapé, casino, draaibank
bankbedrijf bank, meubelzaak
bankbiljet bankje, briefje, papiergeld
bankbiljetten flappen
bankbreuk bankroet, faillissement
bankdirecteur bankier
banken handelsbanken, zandplaten, zitbanken
banket diner, feestdiner, feestdis, feestmaal, galadiner, gebak
banketbakker koekbakker, suikerbakker, suikerbakkerij, taartenbakker
banketbakkerij patisserie, winkel
banketten feestmalen
bankgebouw bank, meubelzaak
bankhouder bankier
bankier bank, bankdirecteur, bankhouder, financier, geldhandelaar, geldschieter
bankiershuis bank
bankje bankbiljet, kleine bank, meubel, papiergeld, schamel, schemel
bankpas pas
bankrekening rekening
bankroet bankbreuk, failliet, faillissement, fiasco, krach
bankschroef schroef
bankschuld debet, tekort
banneling balling, verstotene
bedacht aangedragen, denkbeeldig, eropuit, fictief, gefabriceerd, gefantaseerd
bedienen aan tafel bedienen, dienen, gebruiken, helpen, knoppen bedienen, nemen
beetpakken aangrijpen, aanklampen, aanpakken, aanvatten, beetgrijpen, beetnemen
beginnen starten, aanvangen, van start gaan, opstarten, ontstaan, aanpakken
behaaglijk aangenaam, content, fijn, knus, leuk, op zijn gemak
behulpzaam aangenaam, aardig, attent, bereidwillig, gedienstig, goedaardig
bekijken kijken naar, bezien, beschouwen, bestuderen, inspecteren, nalopen
beklaagde aangeklaagde, beschuldigde, gedaagde, verdachte
bekommeren aangaan, bemoeien, verkommeren
bekoord aangetrokken tot, gecharmeerd
bekoorlijk aanbiddelijk, aanlokkelijk, aantrekkelijk, aimabel, alleraardigst, allerliefst
belanden aankomen, geraken, terechtkomen, verzeilen
belang aandacht, betekenis, gewichtigheid, nut, waar, waarde
belang inboezemen aangaan, zorg inboezemen
belangrijk essentieel, wezenlijk, cruciaal, voornaam, gewichtig, relevant
belangstellend aandachtig, benieuwd, geïnteresseerd
belangstelling aandacht, animo, fascinatie, geboeidheid, interesse, toeloop
beledigd aangebrand, gekrenkt, gepikeerd, geraakt, verbolgen
belendend aangrenzend, aanpalend, naburig, omliggend
belijden aanhangen, bekennen, getuigen
bellen aanbellen, iemand opbellen, luiden, opbellen, schellen, telefoneren
bemachtigen aangrijpen, grijpen, loskrijgen, overmeesteren, vastgrijpen
benaming aanduiding, benoeming, naam, term
beneveld aangeschoten, beschonken, dronken, teut, tipsy, troebel
benoeming aanduiding, aanstelling, benaming, installatie
benutten aangrijpen, aanwenden, gebruik maken van, gebruiken, toepassen, utiliseren
bepalen vaststellen, beslissen, vastleggen, regelen, definiëren, afbakenen
berokkenen aandoen, veroorzaken
beschadigd aangetast, gebarsten, kapot, stuk
beschikbaar disponibel, ter beschikking, vacant
beschikbaar stellen aanbieden
beschonken aangeschoten, beneveld, bezopen, dronken, kachel, ladderzat
beschuldigde aangeklaagde, beklaagde, gedaagde, schuldige, verdachte
besluiten beslissen, bepalen, concluderen, afsluiten, beëindigen, kiezen
bespotting aanfluiting, gespot, hoon, ironie, paskwil, sarcasme
betekenen beduiden, betekend, betekent, inhouden, vertegenwoordigen
betreffen aanbelangen, aangaan, aankomen, betreft, betrekking hebben op, gaan over
betreffende aan, aangaande, bedoelde, in, inzake, met
beurs aandelenbeurs, buidel, effectenbeurs, expositie, gekneusd, knip
bevallen aangenaam aandoen, aanspreken, aanstaan, baren, behagen, bekoren
bevallig aangenaam, aanlokkelijk, aantrekkelijk, aanvallig, aardig, attractief
bevestigen aan elkaar knopen, aanbrengen, aanhechten, affirmeren, beamen, bekrachtigen
bevlieging aandrift, aanval, bui, gril, kuur, manie
bewogen aangedaan, druk, geëmotioneerd
bewonderaar aanbidder, fan, vereer
bewonderaarster aanbidster
bidden bezweren, danken, gebed, in gebed zijn, smeken, verzoeken
bidden tot aanbidden
bij aan, bij bewustzijn, bij de pinken, circa, dar, dichtbij
bijbouwen aanbouwen, uitbouwen
bijdrage aandeel, artikel, contributie, inbreng, jaarlijkse contributie, lidmaatschapsgeld
bijeen aaneen, gelijk, gelijktijdig, gesloten, ineen, samen
bijna haast, nagenoeg, vrijwel, praktisch, zo goed als, ongeveer
bijvoegsel aanhangsel, aanvulling, addendum, appendix, bijlage, supplement
bijvoegsels aanhangsels, addenda, supplementen, toevoegingen, toevoegsels
bijvoorbeeld zoals, onder andere, onder meer, waaronder, neem nou, denk aan
binnenvaartschip aak, boot, rijnaak, samoreus, schip, snauw
blij vrolijk, gelukkig, opgewekt, verheugd, opgetogen, uitgelaten
blijken uitkomen, duidelijk worden, aan het licht komen, zich voordoen, naar voren komen, aantonen
blijven aanblijven, overblijven, resten, resteren, sneuvelen, toeven
blik aanblik, blikje, bus, conservenblik, conservenblikje, dun metaal
boeien aandacht vasthouden, bannen, betoveren, bezweren, binden, fascineren
boeiend aangrijpend, adembenemend, afwisselend, avontuurlijk, fascinerend, integrerend
boeken aanbrengen, aantekenen, aanwerven, balans, behalen, bespreken
boodschap aangekochte, aankoop, aanschaf, aanwinst, acquisitie, bekendmaking
boos kwaad, woedend, razend, nijdig, geïrriteerd, geërgerd
boot aak, ark, bootje, motorboot, scheepje, schip
boren aanboren, priemen
boven aan, bovenin, bovenop, daarboven, erboven, erbovenuit
bovendien daarnaast, verder, voorts, ook, tevens, daarbij
breed wijd, ruim, uitgestrekt, fors, omvangrijk, veelomvattend
breken aan stukken breken, afbreken, barsten, kapot gaan, kapotgaan, kapotmaken
buitenkant aangezicht, aanzien, buitenwijk, buitenzijde, exterieur, gedaante
abcdefghijklmnopqrstuvwxyz