Woordschuur › Woorden A-Z › T
Synoniemen met de letter T
Hieronder staan alle 211 woorden met de letter T, met de eerste synoniemen erachter. Klik op een woord om alle synoniemen te zien.
t-shirt hemd, shirt
taai gehard, kranig, langdradig, lastig, onbuigzaam, onverzettelijk
taaie aanhouder, doorzetter
taaiheid aanhouden, uithouding, uithoudingsvermogen, vasthoudendheid, volharding
taak ambacht, arbeid, bevelschrift, bezigheid, consigne, dwangbevel
taakomschrijving functiebeschrijving
taakverdeling werkverdeling
taal idioom, spraak, woordgebruik
taalbeheersing taalvaardigheid
taaleigen idioom
taalgebruik spraakgebruik, woordkeus
taalgeleerde linguïst, taalkundige
taalkenner linguïst, taaldeskundige
taalkunde linguïstiek
taalkundig linguïstisch
taalkundige linguïst, taalgeleerde
taaltje accent, dialect, streektaal, tongval
taalvaardigheid taalbeheersing
taalwetenschap linguïstiek
taart gebak, oud mens
taartenbakker banketbakker, koekbakker, suikerbakker
taartje gebakje, petitfour
taartjes gebak, zoetigheden
tab aan kaart, tabulator
tabak baai, bedwelmend genotmiddel, cubaans product, cubaanse producten, genotmiddel, genotsmiddel
tabak roken dampen
tabakspijp pijp, rookgerei
tabee vaarwel
tabel lijst, overzicht
tabernakel tempel
tableau doek, plateau, scène
tablet pastille, pil, pilletje, plak, reep, reep chocolade
taboe onaantastbaar, ongepast, verboden onderwerp
taboeret kruk, krukje, poef
tabulator tab
tachograaf snelheidsmeter, tachometer
tachometer snelheidsmeter, tachograaf
tackelen aangrijpen, aantasten, aanvallen, attaqueren, beentje lichten, flink onderuithalen
tact fijngevoeligheid, fijnzinnigheid
tactiek manoeuvre, politiek, slimheid, strategie
tactisch politiek, strategisch
tactloos bot, ontactisch
tactloosheid botheid
tactvol diplomatiek, geschikt, handig, kies, soepel
taf tafzijde
tafel eettafel
tafelen dineren, eten
tafelgast eter
tafelgasten eters
tafelkleden tafellakens
tafelkleed kleed, laken, tafelkleedje, tafellaken
tafelkleedje laken, tafelkleed, tafellaken
tafellaken laken, tafelkleed, tafelkleedje
tafellakens tafelkleden
tafelmatje mat, matje, onderlegger, onderzetter, placemat
tafelmatjes onderleggers, onderzetters, placemats
tafelpoot poot
tafelschuimer klaploper, parasiet, uitvreter
tafeltennis pingpong
tafelzuur zuur
tafereel afbeelden, afbeelding, beeld, portret, prent, scène
tafzijde taf
taille leest, middel
taillemaat taillewijdte
tailleur kleermaker
taillewijdte taillemaat
tak afdeling, afsplitsing, afstamming, boomtak, branche, departement
tak van wetenschap discipline
takel blok, bras, hijsblok, hijstoestel, katrol, takelblok
takelauto kraanwagen, takelwagen, vervoermiddel
takelblok hijsblok, hijstoestel, katrol, takel
takelen ophalen, optakelen
takelwagen kraanauto, kraanwagen, takelauto
taken bepalingen, werkzaamheden
takje loot, twijg
takken boomtakken
takkewijf trut, venijnige vrouw
talen haken
talent aanleg, begaafdheid, bekwaamheid, capaciteit, gave, knobbel
talentrijk begaafd, begenadigd, talentvol
talentvol begaafd, begenadigd, rijk bedeeld, talentrijk
talg huidsmeer, smeer
talisman amulet, gelukspop, mascotte
talloos bij de vleet, legio, ontelbaar
talmen aarzelen, blijven hangen, dralen, drentelen, druilen, dubben
talmend aarzelend, dralend, langzaam, leuterig, slepend, traag
talmer hannes, sijsjeslijmer, slak, sukkel, teut, treuzel
talrijk talloos
talrijker maken uitbreiden, vergroten, vermeerderen
talrijkheid veelheid
talud afgang, berm, dijkhelling, glooiing, helling
taluds hellingen
tam gedwee, mak, mat
tamboer trommelaar
tamelijk beetje, behoorlijk, best, enigszins, nogal, redelijk
tamelijke behoorlijke, redelijke
tamheid makheid
tammer makker
tamtam lawaai, stampei, trommel
tandaanslag tandplak, tandplaque
tandbederf cariës, tandwolf
tanden gebit
tanden hebbend getand
tandholte tandkas
tandkas tandholte
tandpasta toiletartikel
tandpijn kiespijn
tandplak tandaanslag, tandsteen
tandplaque tandaanslag
tandrad tandwiel
tandsteen tandplak
tandvleesontsteking gingivitis
tandwiel kamwiel, rad, tandrad
tanen afnemen, dalen, declineren, leerlooien, looien, minder worden
tanend afnemend, slinkend, vergelend
tang klem, kreng, nijptang
tanig getaand
tank blik, bus, pantservoertuig, pantserwagen, regenbak, reservoir
tankauto tankwagen, vrachtauto
tankdivisie eskadron
tanken vol maken
tanker schip, tankschip
tankschip tanker
tankstation benzinepomp, benzinestation, pomp, pompstation
tankwagen tankauto
tantième bonus, extraatje, premie, toeslag, vergoeding, winstaandeel
tap afsluiter, bar, buffet, kraan, spon, tapkast
tape band, magneetband, plakband
tapen opnemen
tapes banden, cassettebandjes, schelpdier
tapijt karpet, tapijtje, vloerbedekking, vloerkleed
tapijtje tapijt, vloerbedekking
tapijtklopper mattenklopper
tapkast bar, buffet, spon, tap, toog
tappen aftappen, bijgieten, inschenken, kranen, loslaten, lossen
tapperij bar, café, herberg, kroeg, lokaliteit, taveerne
taps conisch, kegelvormig
tapvergunning drankvergunning, verlof
tarief betamelijke, betamelijkheid, kosten, prijs, rechten, verschuldigde
tarieven prijzen
tarnen tornen
tarreren beschadigen, bezoedelen
tarten aandurven, jennen, koeioneren, kwellen, narren, overtreffen
tartend overtreffend, trotserend, uitdagend
tarwe graan, graansoort, koren
tas aktetas, boel, buidel, drom, hoop, massa
tasje damestas, handtas, tas, zak
tassen ophopen, zakken
tast gevoel
tastbaar aanraakbaar, concreet, duidelijk, grijpbaar, herkenbaar, hoorbaar
tasten aftasten, grijpen, voelen
tastzin gevoelszin, zintuig
tatami judomat
tater mond, smoel
taveerne bar, café, herberg, kroeg, lokaliteit, tapperij
taxateur schatter
taxatie evaluatie, raming, schatting, waardebepaling, waardeschatting
taxeren aanslaan, afwegen, beramen, geringschatten, ramen, schatten
taxistandplaats standplaats
taxus conifeer, groenblijvende heester, groene heester, heester, spaans hout, struik
tbc tuberculose
te bij, binnen, in, op, overdreven, overmatig
te barsten kapot
te begrijpen begrijpelijk, duidelijk, glashelder, helder
te berde brengen aankaarten, aanknopen, aansnijden, aanvoeren, entameren, gesprek aanknopen
te betalen posten openstaande posten
te binnen schieten bedenken
te binnen vallen bedenken
te boven komen winnen
te danken hebben danken
te dragen draagbaar
te drinken geven drenken
te eten geven voeden, voederen, voeren
te gek fabelachtig, fantastisch, gaaf, krankzinnig, reuze, waanzinnig
te gronde vernield
te gronde gaan bezwijken, in elkaar storten, ondergaan, ten ondergaan
te gronde richten vernielen, verwoesten
te horen krijgen horen
te keer gaan fulmineren, razen, tekeergaan, tieren
te koop verkrijgbaar
teelt aanfok, aankweek, aankweken, bouw, cultuur, fok
tegelijk aaneen, bijeen, gelijk, gelijktijdig, ineen, samen
tegelijkertijd aaneen, bijeen, gelijk, gelijktijdig, gezamenlijk, ineen
tegenoverliggend aan de overzijde, hiertegenover, tegenovergelegen
tekenen aanduiden, aangeven, afbeelden, beschrijven, karakteriseren, kenschetsen
telen aanfok, aankweken, aanplanten, fok, fokken, fokkerij
tentoonspreiden aanduiden, aangeven, aanwijzen, tonen, uitduiden, uitstallen
terechtkomen aanbelanden, aankomen, aanlanden, aflopen, arriveren, belanden
teut aangeschoten, beneveld, beschonken, bezopen, hannes, sijsjeslijmer
tevens aaneen, alsmede, alsook, bijeen, daarnaast, evenals
tevreden content, voldaan, blij, gelukkig, vergenoegd, verzadigd
teweegbrengen aandoen, aanrichten, baren, bevallen, gevolg, losmaken
tezamen aaneen, bij elkaar, bijeen, gelijk, gelijktijdig, gemeenschappelijk
tijd periode, tijdperk, tijdvak, tijdsbestek, duur, moment
tipsy aangeschoten, beneveld, beschonken, dronken, teut
toegepast aangewend, extra netjes gebruikt, in praktijk gebracht
toename aangroei, aanvulling, aanwas, aanwinst, accres, expansie
toenemen aangroeien, aanwassen, aanwinnen, aanzwellen, gedijen, groeien
toeneming aangroei, aanwas, aanwinst, expansie, groei, groter worden
toepassen aangrijpen, aanwenden, benutten, bezigen, gebruik maken van, gebruiken
toesteken aangeven, aanreiken, afgeven, geven, overgeven, overhandigen
toevoeging aanhangsel, aanvulling, addendum, appendix, bijmenging, bijvoeging
toevoegingen aanhangsels, addenda, bijvoegsels, supplementen, toevoegsels
toevoegsel aanbouwsel, aanhangsel, aanvulling, addendum, appendix, bijvoegsel
toevoegsels aanhangsels, addenda, bijvoegsels, supplementen, toevoegingen
toewijding aandacht, devotie, genegenheid, ijver, inzet, liefde
tonen aanbieden, aanduiden, aangeven, aantonen, aanwijzen, etaleren
trailers aanhangers, aanhangwagens, opleggers, voorfilms over transportmiddelen
trawant aanhanger, handlanger
trots fier, zelfbewust, voldaan, hoogmoedig, arrogant, verwaand
type aangezicht, aanzien, buitenkant, figuur, gedaante, gelaat